Het Nationaal MH17 Monument in Park Vijfhuizen

Nederlands kabinet steunt nabestaanden MH17 bij Europees Hof in zaken tegen Rusland

Het Nationaal MH17 Monument in Park Vijfhuizen Foto: Bart Maat/ANP

De Nederlandse staat mengt zich in twee rechtszaken die nabestaanden van Nederlandse MH17-slachtoffers hebben aangespannen tegen Rusland bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Dat heeft premier Mark Rutte (VVD) vrijdag 10 mei 2019 bekend gemaakt.

Namens een grote groep van ruim 300 nabestaanden uit diverse landen heeft het Nederlandse kernteam MH17 een klacht ingediend bij het EHRM. Mr. Maya Spetter is één van de leden van dit kernteam. Het kernteam heeft inmiddels met Malaysia Airlines minnelijke regelingen bereikt voor de nabestaanden. In 2018 hebben de nabestaanden een volgende stap gezet door het indienen van de klacht bij het Europese Hof tegen de Russische Federatie.

Inmiddels hebben twee grote groepen nabestaanden van verschillende nationaliteiten een klacht ingediend. Deze klachten zijn  door het Hof samengevoegd. De grootste groep wordt in Nederland vertegenwoordigd door het Nederlands Kernteam MH17, een samenwerkingsverband van vijf advocatenkantoren.

In april 2019 heeft het Hof aan de nabestaanden laten weten dat de Russische Federatie tot 3 september 2019 de tijd krijgt om op deze klacht te reageren.

De nabestaanden beschuldigen Rusland van het neerhalen van de MH17-vlucht boven Oost-Oekraïne. Het vliegtuig was in juli 2014 onderweg van Amsterdam naar Kuala Lumpur. Alle 298 inzittenden kwamen om, onder wie 196 Nederlanders. Onderzoek wees uit dat het vliegtuig uit de lucht werd geschoten door een Russische Boek-raket. Ook zouden de Russen vervolgens internationale pogingen tot waarheidsvinding hebben tegengewerkt. De nabestaanden zeggen dat Rusland hun grondrechten heeft geschonden, door het neerhalen van het toestel van Malaysia Airlines boven Oekraïne op 17 juli 2014 en het dwarsbomen van het daaropvolgende onderzoek. Ze houden Rusland daarvoor direct of indirect verantwoordelijk, staat in de aanklacht.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens neemt dus de klachten van de nabestaanden van de ramp met vlucht MH17 in behandeling.

Nederland maakt nu gebruik van het zogenaamde recht van interventie dat het Europese Hof biedt. Een betrokken land kan de rechters zo laten weten dat het de klachtindieners steunt. Het is een ongewone stap, die volgens Rutte past „in het streven om degenen die verantwoordelijk zijn voor deze tragedie aan te pakken”.

Ook de regeringen van België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn uitgenodigd om te laten weten of zij gebruik willen maken van dit recht tot interventie.

Verzekeraar moet wegens traineren meer smartengeld betalen aan slachtoffer  letselschade

Radar inzake letselschadezaken
Op 25 maart 2019 kwam het consumentenprogramma Radar van AVROTROS op TV met een uitzending over de afhandeling van letselschade. Letselschadeslachtoffers hebben het gevoel dat verzekeraars er alles aan doen om zo min mogelijk schadevergoeding uit te keren. Verzekeraars zouden letselschadezaken onnodig rekken en traineren in de hoop dat consumenten het boeltje erbij neergooien en hun claim opgeven of voor een laag bedrag zullen gaan schikken.

Gedragscode Behandeling Letselschade
In de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) staan mooie afspraken vastgelegd over de behandeling van letselschadeschadezaken. De GBL trad in 2006 voor het eerst in werking en werd 2012 herzien. De gedragscode is bindend voor de leden van het Verbond van Verzekeraars en de organisaties in het Register GBL van De Letselschade Raad. In dit document staan tien gedragsregels waaraan alle partijen zich moeten houden en waarin het belang van de benadeelde voorop staat.

Klachten gebundeld in Gedrag Behandeling Letselschade

Helaas blijkt deze zelfregulering in de praktijk minder goed uit te pakken voor slachtoffers van letselschade. In de code staat onder andere dat partijen concreet moeten afspreken hoe ze de schadebehandeling zo spoedig mogen afronden, indien een zaak langer dan twee jaar duurt. Deze gedragsregel – en vooral de termijn van twee jaar – wordt in veel gevallen fors overschreden. Radar ontving in korte tijd veel klachten over de trage afhandeling van letselschadeclaims door verzekeraars. Radar bundelde daarom een groot deel van de consumentenklachten in het document Gedrag Behandeling Letselschade, waarmee de ervaringen van consumenten in de praktijk afgezet werden tegen de GBL. Antoinette Hertsenberg overhandigde deze verzameling van ervaringen in de praktijk aan de Tweede Kamerleden Michiel van Nispen (SP) en Attje Kuiken (PvdA) van de vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid.

Ook De Letselschade Raad doet onderzoek
Niet alleen Radar ontvangt signalen dat de afhandeling van letselschadezaken jarenlang in beslag neemt. Op verzoek van het Ministerie van Justitie en Veiligheid organiseert De Letselschade Raad een onderzoek naar de oorzaken van langlopende letselschadezaken. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Universiteit Utrecht en het resultaat wordt vóór de zomer van 2019 verwacht.

Geen sanctiemogelijkheden
Het probleem bij de afhandeling van letselschade is dat er geen sanctiemogelijkheden zijn zodra de gedragsregels door de verzekeraars worden overschreden. Er is geen Tuchtraad waar het letselschadeslachtoffer met zijn klacht naartoe kan. Het slachtoffer kan alleen klagen bij de verzekeraar of naar het Klachteninstituut Financiële Dienstverleners (Kifid) stappen, maar hij zal hierdoor niet sneller een betaling van zijn schade ontvangen.

Extra smartengeld door vertraging verzekeraar
Een goed voorbeeld van zo’n zaak waarin de afhandeling bijzonder stroperig verliep is in een zaak waarin een boer al 20 jaar wachtte op afhandeling van zijn letselschadezaak bij de verzekeraar Aegon. De boer, zijn vrouw en zijn moeder worden in 1999 slachtoffer van een verkeersongeval, nadat zij vanachter zijn aangereden door een verzekerde van Aegon. De vrouw breekt een nekwervel en stelt Aegon aansprakelijk. De aansprakelijkheid wordt erkend en er wordt in 2005 ruim € 135.000,- aan schadevergoeding betaald.
Pas in 2002 stelt de man Aegon aansprakelijk voor zijn (letsel)schade. De man liep door het ongeval een whiplash op. Tijdens zijn behandelingen liep de verandering van zijn boerderij tot zorgboerderij met horeca niet goed. Dit bracht hem in financiële problemen. Er volgde sindsdien een jarenlang strijd over de afhandeling van zijn zaak. Op 11 december 2018 heeft het Hof Arnhem Leeuwarden € 10.000,- extra smartengeld opgelegd (ECLI:NL:GHARL:2018:10759) vanwege de trage schadeafhandeling door Aegon.

Of de oplegging van het extra smartengeld wegens traineren dan nu ook eindelijk een einde gaan betekenen van de lang slepende en moeizame afhandeling van letselschade is nog maar de vraag. Het is in ieder geval een goede ontwikkeling dat de rechter een sanctie oplegt wegens het traineren van de letselschade vordering.

Advocatenvereniging ASP
Volgens een op 8 april 2019 gepubliceerd bericht van advocatenvereniging ASP moeten letselschadeslachtoffers vaak erg lang wachten op bijvoorbeeld een uitbetaling van voorschotten en reacties op verstuurde brieven.  In 2017 maakte de ASP al melding van het feit dat claims ‘op onjuiste gronden afgewezen worden’ en ‘de afwikkeling van dossiers door verzekeraars wordt getraineerd’. Actualiteitenprogramma EénVandaag deed daarop een onderzoek onder letselschadeadvocaten. Sinds dit onderzoek pleit de ASP voor een wettelijke verankering van de GBL en sancties voor verzekeraars die zich niet aan deze gedragscode houden.

Eigen praktijkervaring
Ook in onze eigen praktijk van Spetter advocaat & mediator valt het op dat verzekeraars een werkachterstand hebben en hierdoor moeilijk bereikbaar zijn, lange reactietermijnen hanteren en lang doen over het uitbetalen van schades. Dit is natuurlijk heel erg vervelend voor de letselschadeslachtoffers. Wij als advocaten kunnen vanwege de trage afhandeling wel een deelgeschil- of  kort geding procedure starten of een klacht indienen over de verzekeraar, maar dit kost eigenlijk alleen maar extra tijd en geld en neemt de oorzaak van de problemen niet weg.

Normeren als oplossing volgens verzekeraars

Volgens het Verbond van Verzekeraars, de belangenvereniging van verzekeraars, is normering de oplossing voor het probleem. De ASP, de vereniging van advocaten van slachtoffers,  is het hier niet mee eens en denkt dat normeren slechts een oplossing zal bieden voor verzekeraars. De verzekeraars kunnen dan meebepalen over de uit te betalen schade. Dit is eigenlijk in strijd met de Nederlandse wet, waarin het uitgangspunt beschreven staat dat  een letselschadeslachtoffer zijn volledige schade vergoed moet krijgen. Als de verzekeraar alleen een normbedrag uitbetaalt, dan zal het letselschadeslachtoffer voor het overige bedrag nog moeten gaan aankloppen bij de veroorzaker van het letsel of blijft een deel van zijn schade niet vergoed.

Volledige vergoeding schade

De ASP, maar ook wij denken dat normeren niet de oplossing is. Veel schadeposten zijn simpelweg niet te normeren. Letselschadeslachtoffers hebben recht op een volledige vergoeding van hun schade. Zodra verzekeraars dat zullen erkennen en hun problemen in de afhandeling van letselschades zullen gaan aanpakken, is het mogelijk dat het tij eindelijk zal gaan keren voor letselschadeslachtoffers.

Erkenning voor leed en verdriet van naasten en nabestaanden letselschadeslachtoffers

Vergoeding affectieschade bij wet geregeld
Sinds 1 januari 2019 hebben naasten en nabestaanden van letselschadeslachtoffers door invoering van de Wet Vergoeding Affectieschade een eigen recht op vergoeding. De vergoeding van affectieschade is een vorm van smartengeld voor naasten en nabestaanden van zeer ernstig gewond geraakte of overleden slachtoffers van ongevallen of geweldsmisdrijven.

Wat is smartengeld?
Als u bij een ongeval of ongeluk betrokken bent geraakt kunt u schade lijden door toedoen van een ander. Deze schade kan materieel en immaterieel zijn. Onder materiële schade verstaat men de schadeposten die uit te drukken zijn in een geldbedrag, zoals de schade aan een auto, kleding of de kosten van een behandeling in het ziekenhuis door een arts.

Een immateriële schadevergoeding (smartengeld) wordt gegeven als compensatie voor het lichamelijke of psychische letsel van het slachtoffer. Het slachtoffer ontvangt dan dus een vergoeding voor leed, pijn, verdriet en gemiste levensvreugde na het ongeval. Tot voor kort kon alleen het slachtoffer smartengeld vorderen: nabestaanden of familieleden konden dit niet.

Aansluiting Nederland bij rest van Europa
Met de invoering van de wet op 1 januari 2019 kunnen naasten en nabestaanden van slachtoffers dus ook een vergoeding krijgen als compensatie voor het leed en verdriet dat hen is aangedaan. Met de invoering van deze wet sluit Nederland eindelijk aan bij de wetgeving van de andere landen binnen Europa, die het recht op een vergoeding van affectieschade al eerder bij wet geregeld hebben. De bedragen in sommige van die landen liggen overigens aanmerkelijk hoger.

Symbolisch karakter
Natuurlijk is de vergoeding van affectieschade er niet op gericht om het leed en het verdriet van naasten of nabestaanden weg te nemen. Volgens de wet heeft de vergoeding vooral een symbolisch karakter waarmee eindelijk erkend wordt dat de naasten en nabestaanden óók iets is aangedaan.

Wie kunnen er een vergoeding krijgen?
In grote lijnen komt het er op neer dat de directe familie- en gezinsleden van het slachtoffer aanspraak kunnen maken op de vergoeding. Denk hierbij onder andere aan de echtgenoten, geregistreerde partners, ouders en kinderen van het slachtoffer. Broers en zussen van het slachtoffer worden niet genoemd in dit rijtje. Zij vallen onder de hardheidsclausule die in de wet is opgenomen. Deze clausule regelt dat iemand in een bijzonder geval toch aanspraak kan maken op affectieschade.

Omvang van de bedragen
De omvang van de vergoeding wordt bepaald door het Besluit vergoeding affectieschade. De bedragen variëren van € 12.500 (bij ernstig letsel) tot € 20.000 (bij overlijden door een strafbaar feit). Er wordt dus rekening gehouden met de omstandigheden van het geval.
Volgens de toelichting moet het wel gaan om medisch objectiveerbare ernstige en blijvende letsels. ‘Medisch objectiveerbaar’ houdt in dat het letsel aantoonbaar, benoembaar of vast te stellen moet zijn. Een blijvend functieverlies van 70% of meer is in ieder geval ernstig en blijvend genoeg. Dit hoge percentage maakt duidelijk dat er slechts een recht op vergoeding van affectieschade bestaat bij letsel van zeer ernstige aard. Indien het letsel tot minder dan 70% functieverlies leidt, kan er in samenhang met andere gevolgen van het letsel soms alsnog een zodanig verlies of ernstige verstoring van het persoonlijk contact tussen het slachtoffer en zijn naasten of nabestaanden zijn, dat er (ook) dan sprake kan zijn van ernstig en blijvend letsel. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ernstige karakter- en gedragsveranderingen of een geheel verlies van het vermogen om te praten. Ook (mentaal)letsel dat ertoe leidt dat iemand onmogelijk nog voor zichzelf kan zorgen valt eveneens onder de kwalificatie van ernstig en blijvend letsel.
De soort relatie die de naaste met het slachtoffer heeft, bepaalt overigens mede de omvang van de vergoeding. Hieronder worden de vergoedingen per persoon in een simpel schema weergegeven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact letselschade advocaat
Heeft u vragen over een vergoeding van smartengeld, materiële schade of  affectieschade die u graag aan onze letselschade advocaat wilt voorleggen? Neemt u dan contact met ons op.

Europees Hof vraagt Rusland om opheldering over ramp MH17

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens neemt de klachten van de nabestaanden van de ramp met vlucht MH17 in behandeling. Rusland krijgt van het Hof tot 3 september de tijd voor een schriftelijke reactie op de beschuldigingen.

De nabestaanden zeggen dat Rusland hun grondrechten heeft geschonden, door het neerhalen van het toestel van Malaysia Airlines boven Oekraïne op 17 juli 2014 en het dwarsbomen van het daaropvolgende onderzoek. Ze houden Rusland daarvoor direct of indirect verantwoordelijk, staat in de aanklacht. lees verder

Daarbij kan ik Spetter advocaat & mediator dus van harte aanbevelen.

ik kon aan mijn herstel werken omdat mij al het papierwerk uit handen werd genomen

Na een 1e afspraak, met duidelijke uitleg over de werkwijze van mevrouw M.T. (Maya) Spetter, besloot ik mijn zaak in handen te geven van dit kantoor. Mevrouw Spetter heeft kennis van zaken, nam al het (papier)werk uit handen zodat ik aan mijn herstel kon werken en terug kon keren op de arbeidsmarkt. Tussentijds altijd overleg en contact met haar gehad. Nu is alles naar tevredenheid afgerond. Haar dienstverlening verdient een dikke 10.  Reshma 05-02-2019

Letselschade

Vijf jaar geleden werd ik op de fiets aangereden

Vijf jaar geleden werd ik op de fiets aangereden door een automobilist.

Veel ziekenhuisbezoeken/ behandelingen later èn een belangenbehartiger die geen ervaring had, moest ik een stap nemen in de goede richting. Mijn vriendin gaf aan dat mevr Spetter erg professioneel te werk gaat, dus heb ik maar even gebeld voor adviesgesprek.

 

Een tijd na het gesprek heb ik mijn dossier overhandigd aan mevr Spetter.

Het leek alsof alle last van mijn schouders was weggenomen.

Ik kreeg altijd netjes updates via de mail, over mijn dossier. Dit vond ik persoonlijk heel fijn.

 

Het afronden van mijn dossier ging vervelender dan ik had verwacht: de tegenpartij maakte het steeds moeilijker voor ons.

Maar het is mevr Spetter goed gelukt hierboven uit te komen.

 

Ik dank haar zeer voor al haar hulp en beveel haar zeker aan!

 

Top advocaat.

 

M.Z.S

Hoogte smartengeld bij zeer ernstig letsel zoals dwarslaesie en invaliditeit

Hoogte smartengeld bij zeer ernstig letsel zoals dwarslaesie en ernstige invaliditeit

 

Slachtoffers horen een eerlijke schadevergoeding krijgen. Het is belangrijk dat het smartengeld in Nederland flink omhoog gaat. Bij zwaar letsel, zoals bijvoorbeeld een dwarslaesie en ook bij andere ernstige letselschade, is toekennen van smartengeld de enige manier om slachtoffers compensatie te bieden voor het leed dat zij dagelijks ondervinden.

 

Hoe hoog is het smartengeld in ander Europese landen?

Nederland loopt vergeleken bij andere Europese landen behoorlijk achter op het gebied van smartengeld of wel immateriële schadevergoeding. Dat blijkt ook weer uit de zaak van een vrouw van 62 die bij een verkeersongeval zeer ernstig letsel opliep en als gevolg van een dwarslaesie de rest van haar leven in een rolstoel doorbrengen.

 

Zij kreeg €150.000 aan smartengeld toegekend en heeft – helaas tevergeefs – geprobeerd dit omhoog te krijgen, naar €200.000. De rechter oordeelde echter dat €150.000 overeenkomt met het smartengeld dat in vergelijkbare gevallen is toegekend en wees haar eis af.

 

Doet deze uitspraak recht aan de situatie van deze vrouw? Zij is de regie over haar leven en haar zelfstandigheid volledig kwijt. Tijdens een rondrit voor racefietsers werd zij overreden door een tractor met aanhanger. De bestuurder van de tractor reed door, het slachtoffer lag dagen op de intensive care met onder meer gebroken wervels, gebroken ribben, gebroken borstbeen, gebroken schouderblad en een klaplong. Zij hield aan het ongeval een dwarslaesie over.

 

Smartengeld bedragen buitenland

Slachtoffers van verkeersongevallen met ernstig letsel als een dwarslaesie kunnen in andere Europese landen op significant hogere bedragen aan smartengeld rekenen dan die €150.000. In landen als Engeland en Duitsland had zij tussen de €300.000 en €400.000 aan smartengeld gekregen. Landen die wat betreft levensstandaard vergelijkbaar zijn met ons land.

 

Niet voor niets is de hoogte van smartengeld in Nederland al jaren onderwerp van discussie.

 

Uit deze uitspraak blijkt dat rechters in Nederland bij immateriële schade nog huiverig zijn om te kijken naar bedragen die in de ons omringende landen gebruikelijk zijn. Deze rechter wilde het verschil met smartengeld zoals toegekend in Engeland en Duitsland niet meewegen, omdat er geen informatie voor handen was over de hoogte van smartengeld bij ernstig letsel in andere Europese landen. Maar ook de vergoeding voor smartengeld in alle Zuid-Europese landen is hoger dan in Nederland.

 

Smartengeld is meer dan alleen een schadevergoeding. Het gaat ook om erkenning, verontschuldiging en genoegdoening. Het slachtoffer in deze zaak was kerngezond, zeer actief en sportief. Ze haalde veel levensgeluk uit haar sociale en sportieve activiteiten.

Nu wordt haar dagelijks leven beheerst door haar beperkingen; haar echtgenoot is minder gaan werken om voor haar te kunnen zorgen. Alleen al het dagelijkse ochtendritueel vergt meer dan twee uur. Daar komt vijfmaal per etmaal katheteriseren bij, terugkerende blaasontstekingen en -infecties en een voortdurende pijn in de schouders en zenuwpijn.

 

Het is kortom hoogste tijd dat we in ons land de hoogte van smartengeld bij ernstig letsel aanpassen.

 

Een vergelijking tussen Nederland en Duitsland

Professor mr. A.J. Verheij heeft een artikel geschreven waarin hij smartengeld vergoedingen in Duitsland en Nederland heeft vergeleken. Dit artikel is te lezen in de Smartengeldgids 2019 van de ANWB. Ook hij concludeert dat de Duitse rechter hogere bedragen aan smartengeld toekent dan de Nederlandse rechter. Het hoogste bedrag dat door een Nederlandse rechter is toegekend aan smartengeld is (geïndexeerd naar 2018) € 253.000. Het ging om een slachtoffer dat zwaar was mishandeld. Hij liep hierdoor een hersenbeschadiging op en dat leidde tot een vegetatieve toestand. Ook voor andere letsels zijn de vergoedingen van de Duitse rechter hoger. Hij hoopt dan ook dat zijn overzicht niet alleen rechters maar ook advocaten zal aanmoedigen om voor hun zaken te kijken naar de door de Duitse rechters gegeven motivering. De Duitse rechters houden ook rekening met grondrechten en preventie wanneer ze de hoogte van het smartengeld bepalen. In Nederland gebeurt dat (nog) niet. Het is goed wanneer in individuele zaken vergelijkingen worden gemaakt met de landen om ons heen. Want zo kunnen de vergoedingen voor immateriële schade ook in Nederland worden verhoogd.

 

 

 

 

verbod op appen in het verkeer ter bescherming van fietsers tegen ongevallen

Fietsers: een beetje meer geduld en oplettendheid….

 

Fietsers genieten extra bescherming in het verkeer. We zien hen – net als voetgangers – als zwakkere verkeersdeelnemers. Fietsers worden meer beschermd bij een aanrijding met een motorvoertuig. Een fietser is natuurlijk ook kwetsbaarder dan een automobilist.

 

Helaas gedragen fietsers zich daar niet altijd naar en brengen zij met slordig gedrag zichzelf en anderen nogal eens in gevaar. Veel ongevallen met fietsers ontstaan door onoplettendheid. Een beetje meer geduld en rekening houden met elkaar, dat zou goed zijn voor ieders veiligheid.

 

Fietsers door rood en over stoep

We fietsen wat af in ons land. Fietspaden zijn veel drukker dan vroeger. Ondertussen letten fietsers soms meer op hun telefoon dan op andere verkeersdeelnemers. Ze fietsen door rood of over de stoep, luisteren naar muziek, of steken snel nog even over… Een bewoner van de Amsterdamse binnenstad ergerde zich mateloos aan fietsers die constant verkeersregels overtreden en daar ongestraft mee wegkomen. Hij stapte uit onvrede naar de rechter.

 

Gewond door aanrijding met fietser

De Amsterdammer ondervindt voortdurend hinder van fietsers op de stoep en op zebrapaden en is naar eigen zeggen ook geregeld gewond geraakt door aanrijdingen met fietsers, terwijl de politie niet ingrijpt. Daarom voelt hij zich niet veilig op straat en lijdt hij schade. Hij vreest nog eens ernstig letsel op te lopen en mist de zekerheid dat het bevoegde gezag hem zal beschermen. Hij legt een zaak voor aan de rechter.

 

Zijn frustratie is begrijpelijk; de rechter stelt dan ook voorop dat fietsers in Amsterdam geregeld verkeersregels overtreden en dat die overtredingen in veel gevallen onbestraft blijven. Alleen heeft dit begrip voor zijn zaak hem niet verder geholpen. Het is de taak van de burgemeester, de hoofdofficier van justitie en de hoofdcommissaris van de politie om afspraken te maken over de inzet van politie, de handhaving van regels en het kiezen van prioriteiten en de rechter kan dit beleid slechts marginaal toetsen.

 

Meer fietsers om het leven gekomen

In 2017 kwamen 206 fietsers om het leven in het verkeer, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat waren er 17 meer dan in 2016 en het hoogste aantal in tien jaar tijd. Het aantal fietsers dat ernstig gewond raakte in dat jaar wordt door de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid geschat op zo’n 10.000, de helft van het totaal aantal verkeersgewonden.

 

Veiliger op de fiets, prettiger voor iedereen

Wij denken dat het goed zou zijn als iedereen in het verkeer wat meer rekening houdt met elkaar. Een beetje opvoeding op dit gebied kan geen kwaad. We kunnen ons dan ook helemaal vinden in het advies van de Fietsersbond. Zij zeggen: “Ook zo’n last van anderen in het verkeer? En anderen misschien van jou? Het kan op een simpele manier veel veiliger en prettiger. Het enige wat we hoeven te doen, is iets meer oog voor elkaar hebben, letterlijk en figuurlijk. Vriendelijkheid in het verkeer gaat over kijken, gebaren maken, laten zien wat je van plan bent, en elkaar de ruimte en de tijd geven. Hoffelijk gedrag zorgt voor mooie momenten op de weg en is aanstekelijk.”

 

Fietsongevallen en app-verbod

Veel ongevallen en aanrijdingen met fietsers ontstaan door onoplettendheid, haast, appen, alcohol, muziek luisteren, praten met anderen en niet op andere verkeersdeelnemers letten.

 

Wat betreft appen op de fiets: dat is per 1 juli 2019 verboden, als het aan minister Cora van Nieuwenhuizen van infrastructuur en waterstaat ligt.

Volgens de Fietsersbond is er nooit verband aangetoond tussen mobielgebruik op de fiets en verkeersongevallen. Er zouden zelfs signalen zijn dat appende fietsers door hun lagere snelheid minder snel brokken maken. Wel zijn er veel klachten over appende fietsers die slingeren, niet goed rechts houden of blijven staan voor een groen verkeerslicht. De Fietsersbond is niet tegen een verbod op appen op de fiets, maar heeft wel twijfels of dit goed te handhaven is en roept fiets

moedeloos, ongeluk

Letselschade advocaat inschakelen voor het beste resultaat.

Letselschade advocaat inschakelen voor het beste resultaat.

 

Schade claimen na een ongeval kan behoorlijk gecompliceerd zijn, zoals deze cliënt heeft ervaren. Juridische bijstand van een gespecialiseerde letselschade advocaat bleek onontbeerlijk om de schadevergoeding te krijgen waar dit slachtoffer recht op had.

 

Heeft u letselschade en is een ander hiervoor aansprakelijk? Als u een letselschade advocaat in de arm neemt, is de kans het grootste dat u een eerlijke vergoeding voor al uw materiële en immateriële letselschade tegemoet kunt zien. Uw juridische kosten zijn voor rekening van de verzekeraar van de aansprakelijke tegenpartij.

 

Waarom letselschade advocaat inschakelen

Een letselschade advocaat kan per definitie meer betekenen voor slachtoffers met letselschade dan andere schaderegelaars en letselschade juristen. Alleen een advocaat kan namens u naar de rechter stappen om een procedure te starten. Letselschade advocaten zijn verplicht hun kennis up-to-date te houden en steken daar veel tijd in. Zij zijn altijd op de hoogte van de laatste juridische ontwikkelingen en weten dat optimaal in uw voordeel te benutten. Ook is een advocaat beter in staat om uw totale letselschade nauwkeurig te berekenen, zeker als er sprake is van een medisch dossier en wanneer u smartengeld wilt claimen.

 

Hoogst mogelijke vergoeding letselschade

Een letselschade advocaat gaat veel minder snel akkoord met een voorstel dat de verzekeraar van de tegenpartij u voorlegt, omdat een advocaat kan procederen om ervoor te zorgen dat u een hogere schadevergoeding krijgt. Waar anderen mogelijk genoegen nemen met een lagere schikking, zal een advocaat de gang naar de rechter niet schuwen. Ook verzekeringsmaatschappijen weten dat. Daarom staat u van meet af aan sterker wanneer u direct een letselschade advocaat bij materiële en immateriële letselschade inschakelt. Met een advocaat bent u verzekerd van de hoogst mogelijke schadevergoeding voor uw materiële schade en voor lichamelijk en psychisch letsel.

 

Berekenen van letselschade

Het berekenen van letselschade is maatwerk. Daar heeft u echt een specialist voor nodig. Een advocaat heeft op dit gebied de meeste kennis in huis. Ook weten wij wat de uitgangspunten zijn waar rechters naar kijken bij letselschade zaken en procedures rond schadeberekeningen. Als gespecialiseerde letselschade advocaat kunnen wij beter beoordelen of de schadevergoeding die u aangeboden krijgt niet te laag is. Zo krijgt u – eventueel via de rechter – een schadevergoeding die het meest in de buurt van uw werkelijke schade komt.

 

Kwaliteit gegarandeerd

Advocaten moeten – in tegenstelling tot andere letselschade regelaars – voldoen aan strenge en hoge eisen op het gebied van opleiding, kennis en kwaliteiten. Maya Spetter is lid van de LSA, de toonaangevende vereniging van Letsel Schade Advocaten. Lidmaatschap van de LSA is voor een letselschade advocaat het hoogst haalbare keurmerk, leden moeten aantoonbaar voldoen aan hoge kwaliteitseisen.

Maya Spetter i ook lid van de ASP, een actieve vereniging van gespecialiseerde letselschade advocaten die uitsluitend voor slachtoffers opkomen. Leden van beide verenigingen zijn zeer actief waar het gaat om de versterking van de positie van slachtoffers en dragen het keurmerk specialisatieverenigingen van de Nederlandse orde van Advocaten.

 

Medische kennis in letselschade zaken

Medisch inzicht is noodzakelijk bij letselschade zaken met lichamelijk en psychisch letsel. Bijvoorbeeld bij het vaststellen van een rechtvaardig bedrag aan smartengeld. Daarom is mr. Spetter ook lid van de WAA, de Werkgroep Artsen Advocaten. Medische aspecten bij letselschadezaken zijn niet te onderschatten.

 

Smartengeld bij immateriële schade

Peopil is een Europese organisatie die zich inzet voor betere wetgeving rond letselschade en het uitwisselen van juridische kennis. Dit is met name belangrijk bij het claimen van smartengeld. Nederland loopt vergeleken bij andere Europese landen behoorlijk achter op het gebied van smartengeld bij immateriële schade. Als advocaat en lid van Peopil zijn wij in staat dit bij een rechter aan te kaarten en op basis van onze kennis gedegen te procederen over de hoogte van smartengeld.

Dat kon ik alleen in het vertrouwen dat jij daar wel voor zou zorgen!

Ik ben hartstikke tevreden over jullie dienstverlening.

Recensie

 

Ik wil op deze manier aangeven dat ik hartstikke tevreden ben over jullie dienstverleningen en ik kan jullie dan ook van harte aanbevelen.

 

Ivm een zeer gecompliceerde letselschadezaak en ontevredenheid over mijn vorige advocaat ben ik verder gaan zoeken naar een partij die zijn/haar nagels in deze zaak wou zetten. Het overzicht wilde houden en met de nodige ervaring mij kon ondersteunen, ben ik terecht gekomen bij Maya Spetter. Ik heb Spetter advocaat & mediator B.V. ervaren als een zeer correcte, accurate en fijne dienstverlening. Een partij die ik in vertrouwen deze zaak in handen kon leggen wat op dat moment zeker niet makkelijk was. Na ettelijke jaren met geen vertraging van ‘onze’ kant ben ik zeer tevreden over de toch snelle en correcte afhandeling.

 

Mijn dank is groot!

beton molen

C’est le beton qui fait la musique (het is de toon die de muziek maakt)

C’est le beton qui fait la musique of hoe bijzonder ongelukkig dingen gezegd en geschreven worden als iemand ernstig letsel oploopt door een ongeval

Vroeger stond er langs de snelweg A7 naar Groningen een bord in de berm van een betonmaker met de tekst: c’est le beton qui fait la musique. Een veel te moeilijke tekst voor langs de weg, maar ik vond hem wel grappig deze woordspeling op c’est le ton qui fait la musique (het is de toon die de muziek maakt). Want hoe belangrijk is het hoe je dingen zegt. Die Groningse betonboer had dat goed begrepen. Maar veel verzekeraars of schaderegelaars nog altijd niet.

Als ik lees en meemaak hoe moeilijk zij het vinden om empathie te tonen na een ongeluk of toe te geven dat er een fout is gemaakt met ingrijpende gevolgen, wil ik soms wel uitschreeuwen: c’est le beton qui fait la musique!

Een voorbeeld uit de praktijk. Begin dit jaar loopt een cliënt ernstig letsel op. Niets is meer hetzelfde, hij kan niet meer werken, zichzelf en zijn kinderen niet meer verzorgen, niet meer autorijden en heeft ontzettend veel pijn. De verzekeraar reageert met “dat de zaak in behandeling is”, “in onderzoek”, “we schakelen iemand in voor een toedrachtsonderzoek”. O, dat schrijven we wel maar het is niet over de toedracht hoor, het is voor onderzoek naar de schade.

Dan zijn we 6 maanden verder en wordt een voorschot aangekondigd, door de verzekeraar, met een FACTUUR. Ja mijn cliënt krijgt een FACTUUR. Waarop staat dat de financiële afhandeling van deze FACTUUR geschiedt door de boekhouding. Er staat ook nog op creditnota. Dat wel. Toch grote paniek bij mijn cliënt, want die heeft na het ongeval al heel veel facturen gekregen en deze factuur is best pittig en kan hij niet ook nog betalen. Een voorschot heeft hij immers nog niet ontvangen na al dat inschakelen en onderzoeken. Deze FACTUUR komt ook pas na 6 maanden, terwijl de schaderegelaar trots vertelde dat ze op dag 2 “in de zaak was betrokken” door deze voortvarende verzekeraar. Zeker te simpel gedacht dan, dat  op dag 2 al een gebaar gemaakt had kunnen worden met een brief of een voorschot betaling. En dat als je een betaling doet je daar geen FACTUUR voor stuurt, maar gewoon een vriendelijke brief waarin je zegt dat je geld gaat overmaken. Want c’est le ton qui fait la musique.

Daarbij kan ik Spetter advocaat & mediator dus van harte aanbevelen.

Daarbij kan ik Spetter advocaat & mediator van harte aanbevelen.

Westland, 1 mei 2018

Ruim twee jaar geleden werd ik op de fiets aangereden door een onoplettende automobiliste, die leek te gaan stoppen, maar mij uiteindelijk toch geen voorrang gaf. Schuldvraag overduidelijk. Ik liep een zeer gecompliceerde enkelbreuk op, waarvan ik altijd last zal blijven houden.

Mevrouw Spetter werd mij aanbevolen door mijn dochter, die in Amersfoort woont.

Zij bezocht mij in het Delftse revalidatiecentrum en we namen de zaak door. Zij waarschuwde mij, dat de afwikkeling geruime tijd zou kunnen vergen. Dat klopte, maar zij zorgde ervoor dat ik niet alleen alle schade vergoed kreeg, maar ook smartengeld (afkoopsom). Dit ging niet zonder slag of stoot, want de verzekeraar van de tegenpartij stribbelde behoorlijk tegen. Ik werd steeds keurig op de hoogte gehouden van de gang van zaken en ben meer dan tevreden over de afloop.

Ik raad iedereen aan om bij dergelijke gebeurtenissen actie te ondernemen, want ik ken genoeg mensen die het er maar bij laten zitten als zij buiten hun schuld slachtoffer worden van een ongeval.

Daarbij kan ik Spetter advocaat & mediator dus van harte aanbevelen.

Mw. V.

moedeloos, ongeluk

Maandagmorgen

Ik open de post. Ik heb net een zaak in behandeling genomen van een mevrouw die anderhalf jaar geleden een ongeluk heeft gekregen. Zij heeft letselschade. Zij is als fietser aangereden door een automobilist. Dat ligt juridisch niet zo ingewikkeld zou je denken. Maar nee, aansprakelijkheid was nog altijd niet erkend. Ze heeft zelf een claim ingesteld maar zonder succes. Ik neem de zaak in behandeling, meld mij bij de verzekeraar en er wordt direct aangeboden 50 % van de schade te vergoeden. Na een tweede brief van mij gaat dat omhoog naar 75 %.

Dat is nog niet genoeg, maar altijd beter dan niets en geen voorschot.
En wat heeft dat te maken met de post van vandaag? Alles. Het verschil tussen alles of niets.
Want ik ontvang een brief van de fysiotherapeut en die schrijft het volgende: tijdens de laatste behandeling was het einddoel niet behaald. Omdat mevrouw niet in staat was om de behandeling te betalen is zij gestopt met de behandeling. Er is sprake van een matige belastbaarheid. Dat betekent dat deze mevrouw niet goed kan lopen.
Deze mevrouw heeft dus nog veel beperkingen en heeft haar behandelingen die haar vooruit moeten helpen niet kunnen betalen. De aansprakelijkheid werd immers niet erkend. Dat betekent dat de verzekeraar geen voorschotten betaalt en dat deze mevrouw  ook de kosten van haar behandelingen zelf moet betalen.

Ik vraag mij af hoe het met deze mevrouw zou zijn gegaan als de verzekeraar oog had gehad voor haar situatie en de zaak actief had opgepakt. Zou ze dan inmiddels verder zijn hersteld en beter kunnen bewegen?

Soms zeggen verzekeraars dat slachtoffers te weinig doen om hun schade te beperken.  Maar hoe ligt dat hier. Heeft deze verzekeraar de schade actief geregeld en de schade beperkt?

En het is pas maandagmorgen. De werkweek is weer begonnen.

carnaval

Letselschade door omgevallen muur tijdens carnavalsoptocht Curaçao

Op 4 maart 2014 werd in Willemstad, Curaçao de jaarlijkse carnavalsoptocht gehouden. Een vrouw  die naar de optocht keek, raakte ernstig gewond doordat een muur op de stoep langs de route op haar viel. Als gevolg hiervan liep zij een totale dwarslaesie vanaf halverwege haar rug op. De vrouw stelde het Land Curaçao (hierna te noemen Curaçao) aansprakelijk voor haar materiële en immateriële schade. Haar letselschade bestaat  uit een vergoeding van smartengeld, de kosten van een aangepaste auto, het aanpassen van haar woning, het inschakelen van hulp en inkomensschade.

 

De vrouw stelt in de procedure dat Curaçao aansprakelijk is voor de gevolgen van dit ongeval omdat het  Land tekort is geschoten in de nakoming van de op hem rustende zorgplicht.

 

Inspectierapport

Van de gebouwen die langs de route van de carnavalsoptocht stonden, was voor de optocht een inspectierapport opgemaakt. Hierin stond dat de muur in zeer slechte staat was en dat er een gevaar bestond dat de muur elk moment kon omvallen. Geadviseerd werd om de muur grondig te inspecteren en waar nodig te repareren.

 

Opstalaansprakelijkheid

De bezitter van een gebrekkige opstal, in dit geval de muur, kan op grond van art. 6:174 BW aansprakelijk worden gesteld.  Echter, niet Curaçao, maar een derde was de bezitter van de muur. Daarom kan Curaçao niet aansprakelijk worden gesteld op grond van opstalaansprakelijkheid voor de letselschade van het slachtoffer.

 

Schending zorgplicht

De vrouw verweet Curaçao dat zij haar zorgplicht  ten aanzien van de veiligheid van weggebruikers en gebruikers van de stoep had geschonden. Het risico van het omvallen van de muur was kenbaar aan Curaçao. Bij een dergelijk reëel , onmiddellijk en voorzienbaar risico heeft het Land  de plicht om actief op te treden ter bescherming van weggebruikers.

 

De Rechtbank neemt aansprakelijkheid aan op gronden die overeenkomen met de aansprakeljkheid van toezichthouders. Bij toetsing daaraan spelen de Kelderluikfactoren een rol. Hierbij kunnen ook de ligging, functie, fysieke toestand en het te verwachten gebruik van de muur een rol spelen.

 

Het Gerecht is van oordeel dat Curaçao moet hebben geweten dat de muur gebrekkig was. Dit stond immers duidelijk vermeld in het inspectierapport. De gebrekkige muur grensde direct aan de stoep langs de carnavalsroute en het is algemeen bekend dat het publiek hier dichtbij zal staan, zitten en dansen. De muur vormde zo een risico voor het publiek, omdat bekend was dat deze om kon vallen en er een grote kans bestaat dat deze op het publiek terecht komt. Er bestaat daarmee een grote kans op ongevallen en letselschade. Curaçao had de carnavalsroute kunnen aanpassen of de stoep moeten afzetten om het feestende publiek tegen de gebrekkige muur te beschermen. Curaçao heeft het inspectierapport naar de politie gestuurd, maar dat is niet voldoende.

 

Schadevergoeding letselschade

De rechtbank vindt dat Curaçao haar zorgplicht heef geschonden en onrechtmatig heeft gehandeld. Curaçao dient aan het slachtoffer een schadevergoeding te betalen voor haar materiële en immateriële schade.

 

Indien u letselschade heeft opgelopen na een ongeval en u weet niet wie u daarvoor aansprakelijk kunt stellen of op grond van welke aansprakelijkheidsgronden, neemt u dan contact met ons op.

 

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 2 november 2016, ECLI:NL:OGEAC:2016:127

 

 

 

 

 

Erasmus MC cryoballon

Inspectie kritisch over Rotterdamse ballonstudie in Erasmus MC

Een ferme tik met een zachte hand, zo oogt het oordeel van de Inspectie voor de Gezondheidszorg over de eerste operaties met een zogeheten cryoballonkatheter in het Erasmus MC. De inspectie legt het universitair medisch centrum in Rotterdam maatregelen op, die het belang van patiënten op de afdeling cardiologie beter moeten waarborgen. Tegelijkertijd laat de inspectie in het midden of patiënten een toestemmingsformulier hadden moeten tekenen voor de behandeling van hartritmestoornissen, die een decennium terug nieuw was.

Dat de inspectie zich niet uitlaat over deze cruciale kwestie, is naar eigen zeggen omdat „het heel moeilijk is om de gebeurtenissen van zo lang geleden te reconstrueren”. Dat roept de vraag op wat de inspectie dan precies heeft gedaan om de gang van zaken van toen te achterhalen. Minder dan had gekund, zo leert het rapport.

De zaak werd aangezwengeld door een cliënt van ons kantoor die met deze nieuwe methode in het EMC werd behandeld. Dit leidde tot een levensbedreigende complicatie. Tot zeer recent ontkende het EMC dat hij één van de 141 patiënten was die betrokken waren in het onderzoek.

Lees het artikel in NRC

Erasmus MC cryoballon

Erasmus MC op vingers getikt in verband met cryoballon

Het Erasmus MC in Rotterdam moet het belang van patiënten in medisch-wetenschappelijk onderzoek beter waarborgen. Het ziekenhuis moet daarvoor de interne procedure aanscherpen en de werkwijze op de hartafdeling doorlichten. Het zijn maatregelen die het ziekenhuis krijgt opgelegd door de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

De inspectie deed afgelopen maanden onderzoek naar een nieuw operatie-instrument dat het ziekenhuis vanaf 2005 gebruikte. De aanleiding was een artikel afgelopen najaar in NRC waaruit bleek dat 141 hartpatiënten van 2005 tot en met 2007 zonder het te weten hadden deelgenomen aan een medisch-wetenschappelijk onderzoek.

De zaak werd aangezwengeld door een cliënt van ons kantoor die met deze nieuwe methode in het EMC werd behandeld. Dit leidde tot een levensbedreigende complicatie. Tot zeer recent ontkende het EMC dat hij één van de 141 patiënten was die betrokken waren in het onderzoek.

Lees het artikel in NRC

Dat kon ik alleen in het vertrouwen dat jij daar wel voor zou zorgen!

ik heb me nooit zorgen hoeven maken over de juridische afloop.

Zowel juridisch als persoonlijk heb ik jouw hulp op een hele prettige manier ervaren.

Naast het herstellen, het knokken met fysieke beperkingen en geestelijke grenzen en het omgaan met blijvende pijn, heb ik me nooit zorgen hoeven maken over de juridische afloop.

Dat kon ik alleen in het vertrouwen dat jij daar wel voor zou zorgen!

En dan is het ineens zover….

Nogmaals heel hartelijk dank!

 

Johan

Letselschade

Ik had me geen betere advocaat kunnen wensen!

letselschade advocaat

Letselschade

 

 

 

 

 

 

Na mijn ongeluk 7-7-2012 ben ik na een jaar van schaderegelaar overgestapt naar letselschade advocaat Maya Spetter. Vanaf het begin had ze mij al aangegeven dat dit een lang traject zou worden en dat is ook gebeurd. Ze heeft me uitstekend bijgestaan en vertegenwoordigd. In de complexe wereld van letselschade is het ook van belang te weten met welke partijen je te maken hebt en door de jarenlange ervaring die Maya heeft werd mij al snel duidelijk dat ze precies weet hoe e.e.a. in elkaar zit. Ik kan ieder slachtoffer van harte Maya aanbevelen.

Pauline

Letselschade

Een zeer deskundige en fijne advocaat

Een zeer deskundige en fijne advocaat

 

Na en verkeersongeval op zoek gegaan naar een advocaat kwam al snel bij mevrouw Spetter uit vanwege al de positieve verhalen.

Na het eerste telefonisch contact en huisbezoek kreeg ik al snel in de gaten dat ik met alles bij deze letselschade advocaat terecht kon, heel erg fijn vond ik dit zeker.

Was meteen op mijn gemak bij haar, ze regelt alles voor je de afspraken met de tegenpartij, papierwerk, mailen, bellen voor werkelijk waar alles.

Zowel mr. Spetter als haar deskundige team staan je altijd snel te woord.

Na ruim 2 jaar kunnen we het nu eindelijk allemaal rustig gaan afsluiten

Ik wil graag mr. Spetter bedanken voor al haar inzet en vooral haar deskundigheid.

Zonder haar hadden wij het niet gered heel erg bedankt voor alles.

 

Remko

Ongelukkige valpartij in escape room

Een gezellig bedrijfsuitje in een escape room. Je wordt samen met je collega’s opgesloten in een ruimte, waaruit je binnen een bepaalde tijd moet ontsnappen. Je lost samen puzzels of raadsels op en als dat lukt, ga je door naar de volgende kamer. Door licht- en geluidseffecten in de kamers  wordt een angstige en sprookjesachtige sfeer gecreëerd. Dat klinkt spannend, maar wat nu als je in zo’n kamer lelijk ten val komt? Is de eigenaar van de escape room dan aansprakelijk voor de letselschade?

Val tijdens spel

Een man van 63 jaar deed tijdens een personeelsuitje mee aan een escape room spel. In de laatste kamer had de groep de code ontcijferd om een metalen traliehek te kunnen openmaken. Hierachter bevond zich een trap die toegang bood tot een ruimte beneden. De man ging als derde persoon naar beneden. Voor en tijdens de afdaling op de trap werden rook, lichtflitsen, verlichting en harde geluidseffecten geproduceerd vanuit de controlekamer.

De trap bestond uit twee delen. De man hield zich vast aan een leuning, die alleen bij het eerste deel van de trap aanwezig was. De armleuning stopte en door alle licht- en geluidseffecten dacht de man dat hij al op de begane grond was.  De man had helaas niet door dat er nog een onderste deel van de trap was. Door een misstap viel de man, met een beenbreuk tot gevolg.

Eigen schuld?

De man stelt de eigenaren van de escape room aansprakelijk voor zijn letselschade.  Deze  hebben niet gewaarschuwd voor de hem onbekende en onveilige situatie.

De eigenaren stellen op hun beurt dat de trap niet gevaarlijk is. Van bovenaf zou de man het verloop van de trap goed hebben kunnen inschatten en als hij de trap gevaarlijk vond, had hij die niet moeten betreden. Het is dus zijn eigen schuld dat hij is gevallen.

Na het ongeval hebben de eigenaren echter wel maatregelen getroffen om de trap veiliger te maken, zoals het aanbrengen van reflecterende strips, een extra armleuning, het laatste afstapje van de trap wit geschilderd en de positie van de lampen veranderd.

Aansprakelijkheid van een bezitter van een opstal

Als een opstal  een gevaar voor personen of zaken oplevert, is de bezitter aansprakelijk als dit gevaar zich verwezenlijkt. De rechtbank past de kelderluikcriteria (ECLI:NL:HR:1965:AB7079) toe om te toetsen of er sprake is van een gevaarlijke situatie.

 Kelderluik criteria

Om het spel verrassend, spannend en geheimzinnig te houden, wordt deelnemers van te voren niet alle eigenaardigheden van de route verteld. De deelnemers worden niet gewaarschuwd voor gevaarlijke onderdelen zoals de trap. Tijdens het afdalen van de trap klonken harde geluidseffecten, werden bliksemschichten vertoond en kwamen mistwolken tevoorschijn, wat een desoriënterende werking heeft op de deelnemers.  Volgens de rechtbank ligt het daarom voor de hand dat een speldeelnemer niet voldoende oplettend en voorzichtig zal zijn tijdens het afdalen van de trap.

Vervolgens toetst de rechtbank hoe groot de kans is dat een ongeval ontstaat, indien men niet voldoende oplettend en voorzichtig kan zijn. Volgens de rechtbank is het algemeen bekend dat een val van een trap kan leiden tot (ernstig) letsel. Een beenbreuk is hierbij niet ondenkbaar.

Tot slot kijkt de rechtbank of het bezwaarlijk is om gepaste veiligheidsmaatregelen te nemen. Volgens de rechtbank hadden de eigenaren eenvoudig noodzakelijke veiligheidsmaatregelen kunnen treffen. Dit hebben zij namelijk na het ongeval ook gedaan.

Er is voldaan aan de kelderluikcriteria en de eigenaren van de escape room hebben dus een gevaar scheppende situatie gecreëerd. Door de val van de man heeft het gevaar zich verwezenlijkt en hierdoor hebben de eigenaren onrechtmatig gehandeld jegens de man. Zij dienen zijn letselschade te vergoeden.

Wilt u meer informatie over letselschade onder werktijd of tijdens een bedrijfsactiviteit of uitje? Neemt u dan contact met ons op.

Uitspraak: Rechtbank Zeeland-West-Brabant ECLI:NL:RBZWB:2017:244

 

 

 

 

 

 

schadevergoeding, letselschade

Hoe schade te berekenen bij studievertraging door fout onderwijsinstelling?

 Studenten

Schadevergoeding wegens studievertraging

 

Studenten stellen onderwijsinstellingen steeds vaker met succes aansprakelijk voor schade wegens studievertraging. Zo ook een student van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Deze student psychologie haalde een 5,2 voor het laatste multiple choice tentamen van haar bacheloropleiding. Hierdoor behaalde zij niet op tijd haar bachelorgraad en werd zij niet toegelaten tot de masteropleiding van haar keuze. De student liep zo een jaar studievertraging op. Zij houdt de universiteit om meerdere redenen aansprakelijk voor deze vertraging. De rechtbank stelt haar in het gelijk.

De feiten

De student heeft na het halen van de onvoldoende meerdere malen om inzage in haar tentamen gevraagd. Ook heeft zij de Examencommissie verzocht om het tentamen vervroegd te mogen herkansen. Volgens de commissie was er pas in september gelegenheid voor herkansing; te laat voor de student om zich nog voor de masteropleiding te kunnen aanmelden. Ook kreeg zij pas in september toestemming om haar tentamen in te zien. De onvoldoende bleek te berusten op een fout bij het nakijken. Na correctie van deze fout kreeg de student een 5,5 waarmee zij haar bachelor alsnog ontving. Het was inmiddels te laat voor toelating tot de masteropleiding die 1 september startte. De studente eist schadevergoeding van de universiteit vanwege een jaar studievertraging.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter stelt de student in het gelijk en oordeelt dat de universiteit onrechtmatig heeft gehandeld. Allereerst is er een fout gemaakt bij het nakijken van het tentamen. Vervolgens heeft de student geen kans gekregen om binnen 30 dagen na bekendmaking van het cijfer het tentamen in te zien, ondanks het feit dat zij hier herhaaldelijk op aandrong.

Berekenen schadevergoeding bij studievertraging

Het begroten van een concrete schadevergoeding wegens studievertraging is bewerkelijk. De student kon vanwege de onterechte onvoldoende haar bachelor niet tijdig afronden en zich niet inschrijven voor een masteropleiding. Als gevolg hiervan kan ze uiteindelijk een jaar later dan gehoopt toetreden tot de arbeidsmarkt, waardoor zij een jaar aan inkomsten uit werk op eigen niveau misloopt. Het is echter onzeker hoe snel de student een baan op dat niveau zou hebben gevonden, welk salaris bij een dergelijke baan hoort, enzovoorts.

Richtlijn Studievertraging Letselschaderaad

Bij het berekenen van schadevergoeding wegens studievertraging sluit men doorgaans aan bij de Richtlijn inzake Studievertraging van de Letselschaderaad. Deze richtlijn is bedoeld voor situaties waarin een student vanwege lichamelijk letsel studievertraging oploopt. Deze student kon, in tegenstelling tot studenten met letselschade, inkomen uit arbeid genereren. De Erasmus Universiteit gaat daarom niet akkoord met het volledige bedrag dat uit de Richtlijn voortvloeit en stelt dat de inkomsten van de student op dit bedrag in mindering gebracht moeten worden.

De kantonrechter gaat mee in dit verweer van de universiteit. Bedragen op grond van de Richtlijn inzake Studievertraging gaan uit van een situatie waarin iemand een jaar niet kan studeren en ook niet kan werken. Bij deze student was geen sprake van letsel en op haar rustte daarom een schadebeperkingsplicht. Zij heeft daaraan voldaan, door te werken en geen onnodige studiekosten te maken. Haar inkomsten zijn in mindering gebracht op de gevraagde schadevergoeding.

Wilt u meer weten over de berekening van letselschade ? Neemt u dan contact met ons op (info@spetteradvocaat.nl of bel 033-2100112).

schadevergoeding

Wegbeheerder aansprakelijk voor val fietsertje door scheur in wegdek?

schadevergoeding, letselschade

Gemeente aansprakelijk voor letselschade fietsertje

 

Een meisje (10) fietst in Den Haag met een vriendin op de bagagedrager vanaf het strand omlaag, richting Wassenaar. Zij lijdt forse letselschade wanneer zij ten val komt door een scheur van vijf meter lang in het wegdek van het geasfalteerde fietspad. De moeder van het meisje stelt de gemeente aansprakelijk voor het ongeval en de daaruit voortvloeiende letselschade van haar dochter. De rechtbank wijst de schadeclaim af. Het hof stelt de moeder in hoger beroep wel in het gelijk. Het hof hecht grote waarde aan de rapportage van de verkeersongevallen deskundige die de moeder heeft ingeschakeld.

Rechter wijst schadeclaim af ondanks rapportage

De moeder van het jonge fietsslachtoffer en haar letselschade advocaat voeren bij de kantonrechter aan dat er sprake was van gebrekkige opstal en dat de gemeente als wegbeheerder daarom aansprakelijk is voor de letselschade van het meisje. De rechtbank wijst de schadeclaim af: de toedracht van het ongeval staat niet vast en de gemeente heeft het fietspad voldoende onderhouden, zo is het oordeel. De rechtbank gaat hiermee voorbij aan de rapportage van de verkeersongevallen deskundige die de moeder van het slachtoffer inschakelde. Hierin staat dat het fietspad zonder meer gebrekkig is en de staat van onderhoud potentieel gevaar van vallen met zich meebrengt.

Hof hecht waarde aan onderzoek deskundige

De moeder gaat in hoger beroep en het hof stelt haar wel in het gelijk. De rapportage van de verkeersongevallen deskundige die de moeder heeft ingeschakeld, is van doorslaggevend belang voor de totstandkoming van het oordeel van het hof.

Volgens het onderzoek van de deskundige voldeed het drukke fietspad ten tijde van het ongeval niet aan de eisen die verkeersdeelnemers mogen stellen aan het wegdek om serieus valgevaar door bijvoorbeeld oneffenheden te voorkomen. Het wegdek van het fietspad was beschadigd en had er niet zo mogen bijliggen, concludeert de deskundige.

Het hof gaat met de onderzoeker mee en stelt dat voldoende vaststaat dat het meisje is gevallen door de scheur in het wegdek. Uit getuigenverklaringen blijkt ook niet dat het meisje onoplettend of onvoorzichtig heeft gehandeld. Er is volgens het hof dan ook geen sprake van eigen schuld in de zin van art.6:101 BW.

Deskundige en letselschade advocaat inschakelen

Wie de wet niet kent, laat zich mogelijk snel afschepen. Gevallen door een scheur in het wegdek? Dan had het slachtoffer misschien beter moeten opletten. Een letselschade advocaat weet wat de rechten van een verkeersslachtoffer zijn en kan bijvoorbeeld adviseren om een deskundige in te schakelen.

Een letselschade advocaat kan goed inschatten of het zinvol is om een rapportage te laten opstellen. In dit geval heeft het onderzoek van de ongevallendeskundige ertoe geleid dat de moeder van het jonge slachtoffer in hoger beroep in het gelijk is gesteld. De deskundige kon aantonen dat het fietspad niet voldeed aan de richtlijnen van het CROW, de onafhankelijke kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer voor onder meer (decentrale) overheden. ‘De kans is zeer groot dat het meisje over deze scheurvorming heeft gereden. De aard en vorm van de scheurvorming kan zeer wel hebben geleid tot het in onbalans raken en de uiteindelijke val,’ aldus de rapportage.

Gemeente als wegbeheerder aansprakelijk voor letselschade

De wegbeheerder heeft volgens de Wegenwet de plicht om het wegdek van een fietspad in goede conditie te houden. De Wegenwet bepaalt ook dat de gemeente ervoor moet zorgen dat wegen binnen haar gebied in goede staat verkeren en dat ze voldoen aan eisen ten aanzien van de kwaliteit van het wegdek, de veiligheid van de omgeving en de zichtbaarheid van obstakels en gevaarlijke beschadigingen. Voldoet het wegdek niet aan de eisen en komt u daardoor ten val? Dan is de gemeente aansprakelijk te stellen voor uw letselschade.

Heeft u vragen over letselschade na een ongeval, neem dan contact met ons op.

Uitspraak: Hof Den Haag, 17 mei 2016

ECLI nummer: ECLI:NL:GHDHA:2016:1350

 

Zorgplicht werkgever arbeidsongeval tijdens schaatsen met schoolklas

letselschade

Zorgplicht werkgever tijdens buitenschoolse activiteiten

Na schooltijd lekker schaatsen en het ijs op met de hele klas. Leuk! Maar wat als de docent en begeleider hierbij op zijn hoofd valt? Wie is dan aansprakelijk voor zijn letselschade? Studenten van een ROC vertrokken voor een buitenschoolse activiteit naar een schaatsbaan. De docent die als begeleider meeging, kwam ten val. Is de school als werkgever aansprakelijk voor zijn letselschade? Een werkgever moet zorgen voor veilige werkomstandigheden. Schiet hij daarin tekort dan is hij bij een arbeidsongeval in beginsel aansprakelijk voor de letselschade van de werknemer. Maar viel het schaatsen wel onder werktijd van de docent? En heeft de school aan de zorgplicht voldaan?

 

Wat er gebeurde

Een docent is tijdens het schaatsen met een klas van een ROC na de reguliere schooltijd met zijn hoofd op het ijs gevallen. Hij is daardoor gedeeltelijk arbeidsongeschikt geraakt vanwege een postcommotioneel syndroom. Hierbij heeft een slachtoffer langer dan drie maanden blijvende klachten van een hersenschudding. De docent stelt de school, zijn werkgever aansprakelijk voor alle letselschade als gevolg van het ongeval op het ijs. De werkgever echter is van mening dat het schaatsen buiten werktijd gebeurde en dat er geen sprake is van een arbeidsongeval waarvoor de school aansprakelijk zou zijn.

Zorgplicht werkgever

Een werkgever heeft zorgplicht. Dat houdt in dat een werkgever voldoende maatregelen moet treffen om de veiligheid van werknemers te garanderen. Loopt een werknemer toch letsel op door een ongeluk op het werk, dan is de werkgever aansprakelijk voor de letselschade. Alleen als de werkgever kan bewijzen dat aan de zorgplicht is voldaan, of kan aantonen dat het ongeluk niet tijdens werktijd plaatsvond, is de werkgever niet aansprakelijk. De vraag is nu: heeft een school zorgplicht tijdens buitenschoolse activiteiten? Viel het schaatsen onder het uitvoeren van werkzaamheden? En zo ja, heeft de school dan aan de zorgplicht voldaan?

 

Docent stelt werkgever aansprakelijk

In deze zaak stelt de docent zijn werkgever aansprakelijk voor zijn letselschade. Hij was als begeleider met studenten mee: het ongeval gebeurde volgens hem dus onder werktijd. De school stelt echter dat schaatsen niet kan worden aangemerkt als het verrichten van arbeid, omdat de docent niet verplicht was om met de klas mee te gaan schaatsen. Andere docenten hadden de klas ook kunnen begeleiden. Bovendien vindt de school dat hoe dan ook aan de zorgplicht is voldaan. De school ziet de valpartij van de docent daarnaast als een huis- tuin- en keukenongeval waarvoor een werkgever niet aansprakelijk is.

Oordeel rechtbank

De kantonrechter toetst of de werkgever aansprakelijk is voor de schade van de werknemer.

Is het begeleiden van een buitenschoolse schaatsactiviteit aan te merken als het verrichten van arbeid? Heeft een school zorgplicht voor een docent die hierbij ten val komt? De rechtbank is van oordeel dat het schaatsen tot de werkzaamheden van de docent behoorde. En dat de school niet aan de zorgplicht heeft voldaan. De rechtbank stelt de docent hiermee in het gelijk en het ROC moet de letselschade van de docent betalen.

Hoe komt de rechter tot dit oordeel?

Begeleiden van studenten naar en tijdens activiteiten onder schooltijd maken deel uit van de lesverplichting van een docent. Buitenschoolse activiteiten – zoals het schaatsen – zijn bij onderwijsinstellingen gebruikelijk en studenten zijn in principe ook verplicht om hieraan deel te nemen. Leerkrachten moeten deze activiteiten begeleiden, ook als ze buiten de reguliere lestijden plaatsvinden. De docent heeft op het ROC ook een rol als mentor. Daardoor lag het voor de hand dat hij als begeleider met de klas meeging. Dat andere docenten de leerlingen ook hadden kunnen begeleiden, vond de rechter geen doorslaggevend argument.

Het ROC heeft volgens de kantonrechter ook niet aan de zorgplicht voldaan. Schaatsen brengt een bijzonder risico met zich mee. De school had hiervoor moeten waarschuwen, ook al zou je kunnen verwachten dat iedereen weet dat ijs nu eenmaal glad en hard is. Het ROC had de deelnemende docenten kunnen vertellen dat zij niet verplicht waren om zelf ook het ijs op te gaan. En kunnen aangeven dat zij voorzichtig moesten doen en eventueel een helm of andere bescherming moesten huren.

Wilt u meer weten over aansprakelijkheid voor een arbeidsongeval? Neemt u dan contact met ons op.

Uitspraak: Rechtbank Midden-Nederland, 3 februari 2016

ECLI nummer ECLI:NL:RBMNE:2016:1966

schadebeperkingsplicht

Letselschade en schadebeperkingsplicht

Een man bereikt bijna zijn pensioen gerechtigde leeftijd maar raakt betrokken bij een auto-ongeval en heeft letselschade. De bedrijfsarts geeft aan dat hij beter vervroegd met pensioen kan gaan. De aansprakelijke verzekeraar wil dat de man parttime blijft werken tot zijn pensioendatum om de schade te beperken.

Een slachtoffer met letselschade krijgt het advies in een specialistische winkel om een bepaald type beugel te kopen waardoor hij makkelijker op kan staan. De aansprakelijke partij wil deze beugel niet vergoeden en stelt dat een goedkopere beugel in een winkel met huishoudelijke artikelen gekocht kan worden.

Een derde slachtoffer met letselschade wil een bepaalde therapie volgen ter pijnbestrijding. De verzekeraar wil deze therapie niet vergoeden omdat onvoldoende zou vaststaan of deze therapie helpt.

Deze drie voorbeelden hebben één ding gemeen: de aansprakelijke partij wil  niet de volledige letselschade vergoeden die het slachtoffer lijdt. Waar heeft het slachtoffer recht op, wat kan hij claimen?

De schadebeperkingsplicht

De letselschade die een slachtoffer lijdt na een ongeval, loopt uiteen. Van medische behandelingen tot het moeten gebruiken van een huurauto of het verlies aan inkomsten (ook wel het verlies van verdienvermogen). Niet altijd is de aansprakelijke partij bereid om alle geclaimde schadeposten te vergoeden. Deze beroept zich dan op de schadebeperkingsplicht van het slachtoffer. Dat is de plicht van het slachtoffer om de letselschade te beperken.

Of het slachtoffer de schade moet beperken is voer voor discussie. Kan een slachtoffer gedwongen worden een bepaalde medische behandeling te ondergaan? Kan een verzekeraar weigeren de behandeling te vergoeden die het slachtoffer geadviseerd wordt en misschien doet herstellen. Moet het slachtoffer zich laten omscholen, zodat hij een ander beroep kan beoefenen? Kortom moet een slachtoffer de “goedkoopste” oplossing zoeken? De rechtspraak is hier niet eensgezind over.

Medische behandeling en letselschade

De schadebeperkingsplicht kan met zich meebrengen dat het slachtoffer een medische behandeling moet ondergaan. Het Hof Leeuwarden van 21 november 2001 (ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7178)  vond dat het slachtoffer een medische behandeling moet ondergaan als de behandeling wordt aangeraden door artsen en deskundigen. Het Hof Arnhem van 23 mei 2006 (ECLI:NL:2006:AY5110) overwoog daarentegen dat het slachtoffer bij een operatie de vrijheid moet hebben om zelf de risico’s af te wegen. Het ging in deze zaak om een hersteloperatie. Tijdens een eerdere operatie waren ten onrechte lymfeklieren verwijderd. Een hersteloperatie zou de klachten kunnen verminderen. De risico’s die aan de hersteloperatie zijn verbonden, waren niet duidelijk. Ook was het niet zeker dat de operatie het probleem zou verhelpen. Het slachtoffer hoefde dus niet de operatie te ondergaan om zo te proberen zijn schade te beperken.

Re-integratie

En wat als een slachtoffer door het letsel niet meer fulltime kan werken in zijn oude beroep? Stel dat hij nog wel parttime kan blijven werken en daardoor minder verdient. Kan de verzekeraar dan verlangen dat hij zich laat omscholen en op zoek gaat naar een fulltime baan bij een andere werkgever?  Als het gaat om de omscholing van een slachtoffer, dan moet er worden gelet op de persoonlijkheid van het slachtoffer. Hij kan niet worden gedwongen een beroep te kiezen dat niet bij hem past. Vaak hangt het af van de omstandigheden van het geval. Zo was de Rechtbank Amsterdam van mening dat van een man die jarenlang als havenarbeider had gewerkt, niet kan worden verwacht dat hij ander werk ging verrichten. In feite had hij geen reële plaatsingskans op de arbeidsmarkt. De rechtbank overwoog dat zijn persoonlijkheidsstructuur voor rekening en risico kwam van de veroorzaker van het ongeval. Deze moest dan ook de volledige letselschade als gevolg van zijn arbeidsongeschiktheid vergoeden (ECLI:NL:RBAMS:1984:AJ5103).

Kortom, als een slachtoffer letselschade lijdt, kan er discussie ontstaan over de vergoeding van de claim. Het ligt aan de omstandigheden van het geval of zijn schade volledig vergoed moet worden.

Wilt u meer informatie?

Heeft u schade geleden en heeft u vragen over de afwikkeling van uw letselschade ? Dan kunt u contact opnemen met mr. Maya Spetter (info@spetteradvocaat.nl) of neem vrijblijvend telefonisch contact met ons op via  033 2100112.

 

 

Interview met Pauline van Dulken, cliënte van Spetter Advocaat, in blad HulpPost over het belang van actieve schaderegeling, tegenwerking door verzekeraars.

Interview cliënte in HulpPost

Openhartig interview met Pauline van Dulken, cliënte van Spetter Advocaat & Mediator, in blad HulpPost van Fonds Slachterofferhulp over het belang van erkenning en actieve schaderegeling versus tegenwerking door verzekeraars.

U leest in deze editie op pagina 10 van de HulpPost een interview met Pauline, die door een ongeluk blijvend letsel heeft terwijl de verzekering niets wil uitkeren.

 

Erasmus MC

Erasmus MC; instrument getest op onwetende patiënten.

Erasmus MC: Nieuw operatie-instrument getest op onwetende patiënten.

Dat is de kop van een artikel in de NRC van 23 september 2016. Eén van deze patiënten van Erasmus MC is mijn cliënt. Tijdens de operatie die hij 2007 in het EMC ondergaat wegens boezemfibrillatie ontstaat een levensbedreigende complicatie met blijvende negatieve gevolgen voor zijn gezondheid.  Zijn longader scheurt na het inbrengen van een cryoballon.

Tussen augustus 2005 en augustus 2007 onderzoeken artsen in het Erasmus MC de veiligheid en de werking van de cryoballon. In een publicatie over deze studie waarbij 141 patiënten zijn betrokken, schrijven de artsen “we are now publishing the first human data in this field”.  

Mijn cliënt wist niet dat hij met een nieuw instrument werd geopereerd waarvan de veiligheid en werking getest werd. Aangesproken door mijn cliënt voor de ernstige complicatie erkent het Erasmus MC geen aansprakelijkheid. Volgens het Erasmus MC hoefde het onderzoek waarvan cliënt deel uitmaakte niet te worden gemeld bij de Centrale Commissie Medisch Onderzoek.

Dit hoewel de onderzoekers zelf zeggen dat het gaat om een prospectieve studie naar de veiligheid en haalbaarheid van de nieuwe techniek.

De Wet Medisch Wetenschappelijk Onderzoek (WMO) schrijft voor dat voor medisch wetenschappelijk onderzoek met patiënten toestemming nodig is van een medisch ethische toetsingscommissie. Die vallen allen onder de landelijke Centrale Commissie Medisch Onderzoek (CCMO).

Patiënten moeten natuurlijk geïnformeerd worden over de risico’s van een niet reguliere behandeling, zodat ze weloverwogen kunnen beslissen over die behandeling. Bovendien dient een goede verzekering te worden afgesloten voor deze patiënten. Ontstaan er ernstige complicaties dan vergoedt de verzekeraar de schade.

Het Erasmus MC is van mening dat de patiënten niet geïnformeerd hoefden te worden omdat zij niet extra werden belast.  In een reactie zegt het ziekenhuis dat er geen medisch wetenschappelijk onderzoek werd gedaan en dat er daarom geen toestemming nodig was van een medisch ethische commissie en van de patiënten zelf. De publicaties zouden zijn gedaan in een terugkijkonderzoek (retrospectief). Omdat er geen onderzoeksopzet was, hoefden de patiënten niets te tekenen. Dit strookt echter niet met de publicaties van de betrokken artsen waarin staat dat iedere patiënt die met de nieuwe methode werd behandeld een informed consent formulier heeft getekend.

Wanneer het geen observationeel onderzoek is, is wel degelijk toestemming nodig van een medisch ethische commissie èn natuurlijk ook van de patiënten. Op dit moment bereid ik namens mijn cliënt een procedure voor om meer duidelijkheid te krijgen en een vergoeding voor zijn letselschade.

Lees verder de artikelen van NRC, NOS, Volkskrant, RTL en NU.NL

NRC 23 september 2016
NOS 24 september 2016
RTL 24 september 2016 
Volkskrant 25 september 2016
nu.nl 25 september 2016Erasmus MC