Extra smartengeld wegens onzorgvuldige dossierbehandeling door de verzekeraar van letselschadeclaim

Op 20 april 2022 heeft de rechtbank Noord-Nederland in een deelgeschilprocedure geoordeeld dat een WAM-verzekeraar een voorschot van € 5.000 aan smartengeld moet betalen aan een slachtoffer na een onzorgvuldige dossierbehandeling van de letselschade. De gehele uitspraak vindt u hier.

Wat is er gebeurd?

In 2015 is een vrouw tijdens haar werk slachtoffer geworden van een mishandeling. Zij is mishandeld door een patiënt van haar werkgever en heeft als gevolg van deze mishandeling letsel opgelopen. De werkgever heeft aansprakelijkheid erkend. Nationale Nederlanden (NN) heeft als aansprakelijkheidsverzekeraar van de werkgever de schadeafwikkeling in behandeling genomen en erop gewezen dat zij de Gedragscode Behandeling Letselschade onderschrijft.

Wat regelt de Gedragscode Behandeling Letselschade?

In de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) staan 10 gedragsregels voor verzekeraars, belangenbehartigers en slachtoffers over de behandeling van letselschadeschadezaken. De GBL trad in 2006 in werking. De gedragscode is bindend voor de leden van het Verbond van Verzekeraars en de organisaties in het Register GBL van De Letselschade Raad. De gedragscode stelt het belang van het slachtoffer voorop.

Discussiepunten

De schade van het ongeval is in 2022 nog altijd niet afgewikkeld. Het slachtoffer is een aantal keer van belangenbehartiger gewisseld. In de procedure verzoekt de belangenbehartiger te bepalen dat sprake is van secundaire victimisatie in verband met onrechtmatige schadeafwikkeling door NN en dat het slachtoffer hiermee aanspraak kan maken op schadevergoeding.

De onzekerheid en zorgen over haar (financiële) toekomst en de wijze van schaderegeling door NN zorgen voor stress, spanningen en een toename van haar psychische klachten, aldus het slachtoffer.

Kortom, het slachtoffer vindt dat sprake is van een onrechtmatige schadeafwikkeling door NN en dat zij hierdoor schade heeft opgelopen. De rechtbank is het met haar eens. De aanpak van de letselschadezaak door NN is weinig voortvarend en de rechtbank haalt daartoe meerdere omstandigheden aan; er is niet altijd adequaat en voortvarend gereageerd op berichten van het slachtoffer, er zijn diverse dossierbehandelaars van NN betrokken geweest wat de afhandeling van de zaak geen goed heeft gedaan, er is geen enkele financiële bijdrage geleverd aan de Hbo-opleiding waarmee in overleg met de arbeidsdeskundige is gestart, de overeengekomen psychiatrische expertise heeft door NN een jaar vertraging opgelopen en er is niet tijdig een deskundige ingeschakeld dankzij niet voortvarend handelen van NN. Kortom, NN heeft niet gehandeld zoals van haar verwacht mocht worden.

Oordeel rechtbank

In de ogen van de rechtbank is voldoende gebleken dat deze wijze van schadeafwikkeling een grote impact op het slachtoffer heeft gehad. Uit de verklaring van de behandelend psycholoog blijkt onder meer dat de wijze van afhandeling de verwerking van het trauma geen goed heeft gedaan.

De rechtbank acht een immateriële schadevergoeding passend en wijst een voorschot van € 5.000 toe. Een symbolisch bedrag, maar wel een duidelijk signaal dat een verzekeraar actief schade moet regelen (zie ook Hartlief, 2017). Dit is in deze zaak niet gebeurd. Of de oplegging van extra smartengeld wegens onzorgvuldige behandeling dan nu ook een einde gaat betekenen van de lang slepende en moeizame afhandeling van letselschade is de vraag. Het is in ieder geval een goede ontwikkeling dat onderstreept wordt dat verzekeraars ook echt naar de geest van de GBL moeten handelen: het slachtoffer centraal stellen en snel en actief schade regelen.

Geen nieuwe ontwikkeling

Al eerder schreven wij een blog over een andere zaak waarin de afhandeling van een letselschadezaak bijzonder stroperig verliep. Ook hier volgde een jarenlange strijd over de afhandeling van de letselschade. Het Hof Arnhem-Leeuwarden legde in haar uitspraak van 11 december 2018 €10.000 extra smartengeld op vanwege de trage schadeafhandeling door Aegon.

Eigen praktijkervaring

Wij lopen in onze eigen letselschadepraktijk ook op tegen achterstanden bij verzekeraars. Advocaten kunnen vanwege de trage afhandeling wel een deelgeschil- of kort geding procedure starten of een klacht indienen over de verzekeraar, maar dit kost eigenlijk alleen maar extra tijd en geld en neemt de oorzaak van de problemen niet weg.

Letselschadeslachtoffers hebben recht op een volledige vergoeding van hun schade. Zodra verzekeraars dat erkennen en hun problemen in de afhandeling van letselschades zullen gaan aanpakken, is het mogelijk dat het tij eindelijk zal gaan keren voor letselschadeslachtoffers.

Heeft u vragen of wilt u graag advies? Neemt u dan gerust contact met ons op.

Veel huishoudens hebben geen aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) en lopen daardoor een groot financieel risico

Uit een onderzoek van marktonderzoekbureau Ipsos blijkt dat zo’n 640.000 huishoudens geen aansprakelijkheidsverzekering hebben en daardoor grote financiële problemen riskeren voor zichzelf én voor anderen, zo meldt het RTL Nieuws. Vooral jongeren die op zichzelf gaan wonen sluiten geen aansprakelijkheidsverzekering af.

Wat is een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren?

Een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) dekt de kosten als u een ander letselschade toebrengt of spullen van iemand anders beschadigt. De aangerichte schade wordt dan gedekt (tenzij sprake is van opzet). Bijvoorbeeld als u de laptop van iemand anders laat vallen of als u als fietser tegen een voetganger botst en letselschade veroorzaakt. Vervelende ongelukken die al snel in de kosten kunnen lopen. Kosten die u zelf moet betalen, als u daar niet voor verzekerd bent.

De dekking van de aansprakelijkheidsverzekering geldt niet alleen voor uzelf en/of uw partner, ook uw kinderen zijn meeverzekerd en ook huisdieren vallen onder de dekking. Als bezitter van een huisdier kunt u aansprakelijk worden gesteld wanneer uw huisdier zelfstandig en door eigen gedrag letselschade veroorzaakt. Check altijd goed de polisvoorwaarden van uw aansprakelijkheidsverzekering.

Letselschade

Vooral bij letselschade kunnen de bedragen hoog oplopen in geval van een claim. Bedragen die u als particulier niet altijd kunt betalen. Denk bijvoorbeeld aan een ongelukkige val op de skipiste die u hebt veroorzaakt, of een vervelende beet van uw hond. Hoe ernstiger het letsel, des te hoger het bedrag aan letselschade dat u dan zelf moet betalen.

Een AVP is niet verplicht, maar zonder loopt u dus wel een behoorlijk risico. Nog geen AVP afgesloten? Slim om dat dan zo snel mogelijk te doen! Zo voorkomt u financiële problemen als u schade veroorzaakt. Heeft u vragen over letselschade en het verhalen daarvan op een niet verzekerde veroorzaker, neemt u dan gerust contact met ons op.

De e-bike: populair in gebruik, maar niet zonder gevaar

De e-bike raakt steeds meer in trek. Eerst waren het vooral ouderen die gebruik maakten van een e-bike, maar ook onder middelbare scholieren wordt de e-bike steeds populairder. Niet iedereen is blij met deze opmars: ‘’Het fietspad wordt steeds voller en gevaarlijker’’.

Meer ongevallen

Het aantal mensen dat gebruikmaakt van een e-bike neemt elk jaar toe. Over het algemeen is dat positief: het maakt mensen mobieler en het betekent dat mensen gebruik maken van een schoon, actief en daarmee gezond vervoersmiddel. Maar het gebruik van e-bikes is niet zonder gevaar. Met de groei van het aantal e-bikes neemt ook het risico op ongevallen toe. Landelijk is een stijging waar te nemen in het aantal dodelijke ongevallen met fietsers. In 2020 meldde het CBS het hoogste aantal doden (229) in een periode van 25 jaar. Een derde van die dodelijke ongevallen betrof fietsers op een e-bike.

Letsel

Dat het aantal fietsongevallen met e-bikes onder 55-plussers al een aantal jaren toeneemt, is reeds bekend, maar ook jongeren belanden nu steeds vaker op de spoedeisende hulp na een ongeluk met een e-bike, zo blijkt uit het onderzoek van VeiligheidNL. In het vervolgonderzoek fietsongevallen 2021 is te lezen dat van alle jongeren tussen de 12 en 17 jaar die na een ongeluk met letsel in het ziekenhuis belanden, 22 procent op een e-bike fietste (ten opzichte van 4% in 2016).

Er is een verhoogd risico op letsel bij het gebruik van e-bikes in vergelijking met ‘normale’ fietsen. Het gaat dan veelal om (ernstig) hersenletsel en de verwondingen lijken meer op die van een brommerongeval dan van een fietsongeluk.

Je kunt je afvragen of het gebruik van een helm niet veel sterker moet worden aangemoedigd of misschien zelfs verplicht gesteld. De gevolgen van hoofdletsel zijn enorm en de steeds jongere e-bikegebruikers zijn zich hier vaak niet van bewust.

Verkeersveiligheid

De hogere snelheden van e-bikes leiden tot zorgen over de verkeersveiligheid. Autobestuurders kunnen de snelheid lastig inschatten en zien ze vaak te laat aankomen. Maar ook botsingen tussen fietsers onderling blijkt een probleem op de overvolle fietspaden.

Oplossingen zijn gelegen in bredere en vrij liggende fietspaden, ruimere bochten in fietspaden, minder menging van auto’s en fietsers en de aanleg van 30 km-wegen. Ingrijpen is nodig: elke regio moet hiermee aan de slag.

Wilt u weten hoe het zit met de aansprakelijkheid voor ongevallen met elektrische fietsen? U leest hierover in ons artikel: E-bike. Verandert Nederland in een E-fietsland?’.

Als gevolg van letselschade verhuizen naar een duurder huis?

In 2019 deed de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak over de vraag of de meerprijs van een aangepaste woning dient te worden aangemerkt als schade van een slachtoffer met letselschade of als te verrekenen voordeel. Hierover schreven we eerder in onze blog. Uitkomst was dat de aansprakelijke partij ervoor moet zorgen dat het slachtoffer een passende woning kan aankopen en dat verrekening van mogelijk voordeel niet redelijk is.

In oktober 2021 deed de Rechtbank Midden-Nederland opnieuw uitspraak in een vergelijkbare zaak. De Rechtbank onderstreept dat de aansprakelijke partij gehouden is het slachtoffer in staat te stellen te verhuizen naar een passende andere woning. Partijen dienen hierover tijdig afspraken te maken. Lees hierover in onderstaande blog.

Verkeersongeval

Als gevolg van een verkeersongeval loopt een vrouw een volledige dwarslaesie op. Zij is hierdoor blijvend rolstoelgebonden. Haar huidige woning kan niet rolstoeltoegankelijk worden gemaakt en zij koopt een nieuwe woning.  De verzekeraar betaalt een voorschot om de aankoop mogelijk maken. De woning kost echter € 300.000 meer dan haar oude woning.

Wie moet dat verschil in prijs betalen? De vrouw vindt dat verzekeraar, ASR haar tegemoet moet komen door de meerkosten aan haar te vergoeden omdat deze in verband staan met het ongeval en het redelijk is deze te vergoeden.

Standpunt verzekeraar

ASR vindt dat de meerkosten/waarde van de nieuwe woning niet als schade voor de vrouw zijn aan te merken. Tegenover de aanschafkosten van de nieuwe woning staat immers ook het bezit van een woning die meer waard is en dat brengt een vermeerdering in het vermogen van de vrouw met zich mee. Er is dan netto gezien geen sprake van schade dus ASR hoeft niets bij te passen.

Standpunt Rechtbank

Meerprijs aangepaste woning – schade?

De rechtbank overweegt het volgende:

‘’De rechtbank stelt voorop dat ASR de schade die [verzoekster] door het ongeval lijdt volledig moet vergoeden. Dit uitgangspunt volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 5 december 2008 (NJ 2009/387). In dit arrest heeft de Hoge Raad beslist dat een benadeelde in een situatie moet worden gebracht die zoveel mogelijk vergelijkbaar is met de situatie zoals die zou zijn als het ongeval niet zou zijn gebeurd, en dat dat leidend is bij het vaststellen van de hoogte van de schadevergoeding.’’

Dit brengt volgens de rechtbank met zich mee dat het passend is dat de verzekeraar de vrouw in staat stelt te verhuizen naar een passende andere woning. De kosten daarvan kwalificeren volgens de rechtbank als schade. Het wonen in een groter, duurder huis, levert op zichzelf geen voordeel op.

Verrekening van voordeel?

De eigendom van een groter, duurder huis, zou mogelijk voordeel op kunnen leveren. Door de eigendom neemt immers het vermogen van de vrouw toe. Maar, dit voordeel zal zich pas voordoen bij een eventuele verkoop van de woning. Of en wanneer daarvan sprake zal zijn, op welke termijn en voor welk bedrag de woning in de toekomst zal worden verkocht, is op voorhand niet vast te stellen. Al met al, acht de rechtbank het op dit moment dan ook niet redelijk om over te gaan tot voordeelverrekening.  Als de verzekeraar de meerprijs niet zou betalen, is het in feite onmogelijk voor de vrouw om in een aan haar handicaps aangepaste woning te wonen en dat betekent dat zij haar schade niet volledig vergoed krijgt.

Hoe dan wel?

De rechtbank overweegt vervolgens dat de aansprakelijke partij de meerprijs van een aangepaste woning niet altijd en zonder meer dient te vergoeden in de vorm van een concreet bedrag. Dit kan ook door bijvoorbeeld een geldlening te verstrekken of een garantstelling af te geven aan een hypotheekverstrekker.

Partijen moeten tijdig afspraken maken over hoe wordt omgegaan met het verschil in waarde tussen de huidige woning en de aangepaste woning bij een eventuele verkoop van de aangepaste woning. Dat was in deze zaak niet gebeurd, hoewel er volgens de rechtbank ruim de tijd was geweest om dit goed vast te leggen. Dat had tot gevolg dat ASR is gehouden de meerkosten van de woning te vergoeden.

Wilt u meer informatie of heeft u vragen? Neemt u dan contact op met ons op.

Uitspraak: Rechtbank Midden-Nederland

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5215

 

Oekraïne en MH17

Het lijkt alsof door de oorlog in Oekraïne van alles samenvalt. Steeds meer wordt duidelijk dat de Russische Staat in een parallelle werkelijkheid leeft waarin waarheid en gerechtigheid en ook mensenrechten geen rol spelen.

Het Rechtbijstandsteam MH17 is eind januari naar Straatsburg gereisd om een klachtzaak bij te wonen van Nederland en Oekraïne tegen Rusland. Deze week maakte Rusland echter bekend uit de Raad van Europa te stappen. Wat voor consequenties heeft dat voor de lopende klachtprocedure van de nabestaanden?

Ook vindt op dit moment de behandeling plaats van de strafzaak tegen de vier verdachten van het neerhalen van vlucht MH17. Nabestaanden vragen zich af of de ontwikkelingen in Oekraïne gevolgen hebben voor deze strafzaak. Tijdens de zitting van 7 maart 2022 heeft de voorzitter van de rechtbank aangegeven dat de strafzaak wordt voortgezet onafhankelijk van de ontwikkelingen in Oekraïne.

EHRM-procedure

Het Rechtbijstandsteam MH17 (hierna RBT) staat een grote groep nabestaanden bij die een klacht hebben ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vanwege schending van mensenrechten neergelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De Nederlandse Staat heeft geïntervenieerd in deze klachtprocedure van de nabestaanden.

Eind januari 2022 ging een deel van het RBT MH17 naar een bijzondere zitting in Straatsburg. Daar behandelden zeventien rechters van de Grand Chamber de klachtzaken van Nederland en Oekraïne tegen Rusland. De belangrijkste vraag die voorlag is of Rusland in juli 2014 effectieve controle had over het gebied waar de Bukraket werd afgevuurd. Rusland ontkent betrokkenheid en neemt geen verantwoordelijkheid.

Het Rechtsbijstandsteam heeft goede hoop op een positieve uitkomst van de klachtzaak.

Op 15 maart 2022 maakte Rusland bekend uit de Raad van Europa te stappen. Gelet op de oorlogshandelingen van Rusland tegen Oekraïne, liep Rusland anders een grote kans om uit de Raad van Europa te worden gezet.

Steeds meer wordt duidelijk dat Rusland in een parallelle werkelijkheid leeft waarin waarheid en gerechtigheid en ook mensenrechten geen rol spelen.

Ook al stapt Rusland nu uit de Raad van Europa, zal dat hopelijk geen consequenties hebben voor de behandeling van de lopende klachtzaken tegen Rusland.

Rusland is namelijk nog steeds volledig gebonden door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en kan de verplichtingen op grond van het Verdrag niet opschorten. Het is zelfs zo dat elke schending van deze verplichtingen kan leiden tot nieuwe klachten van individuen en andere verdragspartijen.

Het Hof heeft tegen deze achtergrond verschillende voorlopige maatregelen genomen. Op 1 maart gaf het Hof aan de Russische regering te kennen:

“zich te onthouden van militaire aanvallen tegen burgers en civiele objecten, waaronder woonhuizen, voertuigen van hulpdiensten en andere speciaal beschermde civiele objecten zoals scholen en ziekenhuizen, en onmiddellijk de veiligheid te verzekeren van de medische instellingen, het personeel en de voertuigen van hulpdiensten binnen het grondgebied dat door Russische troepen wordt aangevallen of belegerd”.

Lees meer over de EHRM-procedure en de rol van het Rechtsbijstandsteam MH17 in onderstaand artikel in het Advocatenblad. https://www.advocatenblad.nl/2022/01/26/rechtsbijstandsteam-mh17-hoopvol-over-ehrm-procedures/

Procedure bij de Internationale burgerluchtvaartorganisatie ICAO

Nederland blijft streven naar waarheidsvinding, gerechtigheid en rekenschap voor de 298 slachtoffers van het neerhalen van vlucht MH17 en hun nabestaanden. In dit licht is Nederland op 14 maart 2022 samen met Australië een juridische procedure gestart bij de Internationale Burgerluchtvaarorganisatie (ICAO) tegen Rusland voor zijn rol bij het neerhalen van vlucht MH17. Zij onderstrepen hiermee dat Rusland verantwoordelijkheid moet nemen en vragen de ICAO om vast te stellen dat Rusland zijn verplichtingen onder het Verdrag van Chicago geschonden heeft door het onrechtmatig gebruik van een wapen tegen een burgerluchtvaartuig tijdens de vlucht, waarbij 298 slachtoffers om het leven zijn gekomen, en daaraan rechtsgevolgen te verbinden, waaronder een vergoeding van de geleden schade.

Minister Hoekstra: ‘Het kabinet blijft alles op alles zetten om Rusland ter verantwoording te roepen voor het neerhalen van vlucht MH17 en de instandhouding van de internationale rechtsorde. De dood van 298 burgers, onder wie 196 Nederlanders, kan en mag niet zonder consequenties blijven. De huidige gebeurtenissen in Oekraïne onderstrepen het cruciale belang hiervan.’

Met de gestarte procedure bij de ICAO wordt hierin opnieuw een belangrijke stap gezet.

Dat kon ik alleen in het vertrouwen dat jij daar wel voor zou zorgen!

U heeft me uitstekend geholpen in deze zaak

U heeft me uitstekend geholpen in deze zaak, waar ik altijd dankbaar zijn blijft voor u, u bent hartstikke goed, menselijk en rechtvaardig die ik ooit mee  gemaakt heb in mijn leven. Nogmaals bedankt.

Eerste zitting MH17 bij Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Op 26 januari 2022 behandelden de zeventien rechters van de Grand Chamber van het Europese Hof de klachtzaken van Nederland en Oekraïne tijdens zitting in Straatsburg. Hierbij waren ook veel nabestaanden aanwezig.

Het Hof heeft besloten om twee zaken die Oekraïne tegen Rusland heeft aangespannen samen te voegen met de statenklacht van Nederland. Deze rechtszaak staat los van de strafzaak in Nederland.

De zaak bij het Hof werd aanvankelijk aangespannen door nabestaande van de slachtoffers MH17. Maya Spetter is een van de leden van het Rechtsbijstandsteam dat meer dan 400 nabestaanden bijstaat in de klachtzaak aanhangig bij het Europees hof tegen de Russische federatie.

De eerste vraag die voorligt is of Rusland in juli 2014 controle had over het gebied waar de Bukraket werd afgevuurd. Rusland ontkent betrokkenheid en neemt geen verantwoordelijkheid.

Het Rechtsbijstandsteam hoopt op een positieve uitkomst van de klachtzaak. Dan kunnen namelijk ook de individuele klachtprocedures van nabestaanden worden behandeld door het Hof en komen de verzoeken tot schadevergoeding aan de orde.

Twee artikelen over de procedure bij het Europese Hof vindt u hieronder:

NOS: Nederland tegenover Rusland op eerste zitting MH17 bij Europees hof

Advocatenblad: Rechtsbijstandsteam MH17 hoopvol over EHRM-procedures

Nieuwe editie VVP

In de nieuwe editie van VVP een artikel van mijn hand over het recht op vrije advocaatkeuze.

Al dan niet recht op vrije advocaatkeuze blijft de gemoederen bezighouden. Op 16 april 2021 deed de Geschillencommissie van Kifid uitspraak (2021-0300) in een zaak waarbij een atlete bij DAS een beroep deed op haar recht op vrije advocaatkeuze. Volgens DAS was er sprake van een buitengerechtelijke procedure, waarin het recht op vrije advocaatkeuze niet zou gelden. De consument diende met succes een klacht in bij Kifid, maar DAS ging in beroep.

DAS ging in beroep bij de Commissie van Beroep van Kifid. Deze Commissie laat de uitspraak van het Kifid niet in stand. Volgens de Commissie moet nauwgezet aan de hand van specifieke omstandigheden nagegaan worden of sprake is van een procedure of een fase in een procedure die kan worden aangemerkt als een gerechtelijke of administratieve procedure. Als dit niet zo is, bestaat geen recht op vrije advocaatkeuze. Toen deze blog werd geschreven, was de uitspraak van de Commissie nog niet gedaan/gepubliceerd.

Klik hier voor mijn bijdrage. De volledige editie kunt u hier lezen.

 

Mijn dank voor de manier waarop u en uw team mij heeft bijgestaan is ontzettend groot.

Ik ben erg opgelucht dat ik eindelijk definitief een streep kan zetten achter de rechtzaak. Ik zag er tegenop op weer het hele proces van begin af aan te moeten herleven. Uiteindelijk heeft het recht gezegevierd en dat heb ik hoofdzakelijk aan u te danken. Dankzij u is een doodlopende zaak heropend. Mijn dank voor de manier waarop u en uw team mij heeft bijgestaan is daarom ontzettend groot.

Over auto’s en hun bestuurders

Herfsteditie LetselschadeNEWS

In de herfsteditie van LetselschadeNEWS 2021 een artikel van mijn hand over zwarte inkomsten en letselschade. Op 27 mei 2018 raakt een zelfstandig ondernemer, werkzaam als personal kickbokstrainer, betrokken bij een verkeersongeval. De aansprakelijkheid voor het ongeval wordt erkend. De trainer lijdt inkomensschade. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland boog zich onlangs over de vraag of zwarte inkomsten van het slachtoffer meegenomen moeten worden bij de berekening van de schadevergoeding. LetselschadeNEWS vroeg mij de uitspraak te duiden, mede in het licht van eerdere uitspraken van rechters.

De volledige bijdrage vindt u hier: Letselschadenieuws

 

Nabestaanden MH17 aan het woord

Vanaf 6 september maken zeker 91 familie leden van de 298 slachtoffers van vlucht #MH17 gebruik van hun spreekrecht.

Als lid van het Rechtsbijstandsteam MH17 heb ik in de afgelopen weken mijn cliënten voorbereid op de uitoefening van hun spreekrecht. In een artikel in NRC Media vertel ik hier meer over. Lees hier het artikel in NRC.

MH17-proces: het woord is nu aan de nabestaanden

Spreekrecht voor nabestaanden van MH17-ramp

Zeven jaar na de MH17-ramp is het woord nu aan de nabestaanden van de 298 slachtoffers. Zeker 91 familieleden willen gedurende tien dagen in september hun stem laten horen tijdens het zittingsblok dat start op maandag 6 september. Voor het uitoefenen van het spreekrecht heeft de rechtbank drie weken gereserveerd in het Justitieel Complex Schiphol. Deze periode zal grotendeels in het teken staan van de gevolgen van de ramp voor de nabestaanden.

Sprekers uit verschillende landen

Tijdens dit zittingsblok zal de aandacht gevestigd zijn op sprekers uit verschillende landen. Zo zullen er 63 Nederlanders, 15 Australiërs en 3 Maleisiërs spreken en komen er nabestaanden uit Nieuw Zeeland, Canada, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Indonesië aan het woord. Een werkelijk historisch moment in de Nederlandse strafrechtspleging. Het is namelijk nog nooit eerder voorgekomen dat tijdens een strafproces zoveel slachtoffers gebruik maakten van hun spreekrecht.

Veel nabestaanden van de ramp willen in de rechtbank een persoonlijke verklaring afleggen. Om sprekers overal ter wereld een kans te geven om de rechtbank toe te spreken, zal er ook gebruik gemaakt worden van een livestream en van tevoren ingesproken videoboodschappen. Het spreekrecht is een bijzonder en belangrijk recht voor nabestaanden. Zij richten zich met het spreekrecht in het openbaar tot de rechtbank, de verdachten en andere verantwoordelijken voor deze ramp. Hun stem wordt daarmee gehoord en weegt mee in het vonnis waarin recht wordt gedaan.

De bijna 600 nabestaanden worden in dit proces bijgestaan door een hecht team van 8 Nederlandse advocaten. Samen vormen zij het zogenaamde Rechtsbijstandsteam MH17. ”De nabestaanden willen door middel van hun persoonlijke verklaring, hun verdriet kenbaar maken en vertellen over de impact van de vliegramp op hun leven. Zo geven ze hun dierbaren en hun emoties een stem. Voor de verwerking van de ramp is dat heel belangrijk.” aldus het Rechtsbijstandsteam MH17.

Op 7 juni 2021 startte de inhoudelijke behandeling van het dossier met inmiddels meer dan 46.000 pagina’s en vele tienduizenden foto’s, geluidsfragmenten en video’s. De omvang van het proces is ongekend, evenals de emotionele lading in deze zaak. De leden van het Rechtsbijstandsteam MH17 bezochten voordat het strafproces begon, iedere familie persoonlijk. De verhalen die zij hoorden waren emotioneel en maakten grote indruk. Dat zal tijdens het spreekrecht niet anders zijn. Het zal heftig en emotioneel blijven om al die verhalen te horen.

De nabestaanden die gebruik maken van het spreekrecht, kunnen daarna hun verklaring aan de rechtbank overleggen, zodat deze als schriftelijke slachtofferverklaring aan het dossier kan worden toegevoegd. Ook de nabestaanden die geen gebruik maken van hun spreekrecht, kunnen een verklaring overleggen. In totaal hebben ruim 160 nabestaanden aangegeven een schriftelijke verklaring in te dienen.

Voor het strafproces zijn tot zeker november dit jaar zittingsblokken gereserveerd. De strafeisen in dit proces worden in het najaar verwacht, de uitspraak van de rechtbank wordt niet eerder dan in september volgend jaar  verwacht.

De zittingen zijn te volgen via de website courtmh17.nl en gedurende het strafproces ook altijd terug te kijken.

 

Een dikke pluim geven en netjes betalen, ook wel: de advocaat en de kosten van rechtsbijstand

Vaak is er discussie over de kosten van de werkzaamheden van de letselschade advocaat. Dat zijn  discussies die energie kosten en ergernis geven. In een “standaardbrief” wordt dan geschreven dat de advocaat te veel tijd aan de zaak heeft besteed, onnodige werkzaamheden heeft gedaan, te veel heeft overlegd met cliënt, zijn specialistische kennis niet nodig heeft gehad etc. Zeker wanneer je een zaak tot een goed einde hebt gebracht, is het vervelend dat je ook nog een discussie moet voeren over vergoeding van de kosten.

Dat het ook anders kan, blijkt uit een brief die ik ontving van het Ministerie van Defensie. In een zaak die ik sinds 2014 behandel en recent met goed resultaat voor mijn cliënt heb kunnen afsluiten.

Het Ministerie biedt een vaste vergoeding voor de gemaakte kosten en in deze zaak was die vergoeding niet toereikend. Op zich is het natuurlijk vreemd dat het Ministerie niet de redelijke kosten van rechtsbijstand vergoedt, maar werkt met een standaardbedrag. Dat wringt helemaal in bewerkelijke en langdurige dossiers. Ik heb daarom het Ministerie gevraagd mijn volledige kosten te vergoeden. Het Ministerie honoreert mijn verzoek.

“Overeenkomstig artikel 6 van de UVS kan ik van het maximumbedrag afwijken, als toepassing hiervan naar mijn oordeel zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (de hardheidsclausule). Volgens de toelichting bij de UVS kan slechts in heel bijzondere gevallen van het maximaal te vergoeden bedrag worden afgeweken. Dit kan bijvoorbeeld in zeer complexe situaties en daardoor langdurige procedures. Ik zie aanleiding om met toepassing van artikel 6 van de UVS een bedrag van € 9.950,24 te vergoeden.

Ik licht mijn besluit hieronder nader toe.

Uw zaak is gestart rondom de inwerkingtreding van de Regeling Volledige Schadevergoeding. Dit maakt dat de te volgen procedure nog niet volledig duidelijk was.

Daarnaast heb ik begrepen dat er in overleg met het ministerie van Defensie een WIA-uitkering is aangevraagd en tegen de beslissing van het UWV bezwaar en beroep is aangetekend door uw advocaat. In afwachting van de bezwaar- en beroepsprocedures bij het UWV zijn partijen overeengekomen twee scenario’s te laten berekenen door het rekenbureau. Dit alles heeft begrijpelijkerwijs geleid tot extra werkzaamheden voor uw advocaat in deze procedure. Alles overwegende ben ik van oordeel dat met deze beslissing recht wordt gedaan aan alle feiten en omstandigheden in uw dossier.’’

Zo kan het dus ook!

 

 

Bitter week for families as evidence to be read in MH17 airliner trial

Lawyer M. Spetter speaks to the media as she arrives for the MH17 trial of three Russians and a Ukrainian as it enters a critical next stage, in the Schiphol Judicial Complex, Badhoevedorp, Netherlands, June 7, 2021.

REUTERS/Piroschka van de Wouw

https://www.reuters.com/business/aerospace-defense/mh17-plane-crash-families-prepare-critical-trial-phase-2021-06-04/

Noodhulpfonds voor nabestaanden geweldsslachtoffers in het buitenland

Een geweldsmisdrijf kan je leven op z’n kop zetten. Niet alleen emotioneel, maar ook financieel. Het Noodhulpfonds is er niet alleen voor slachtoffers, maar ook voor nabestaanden. Nabestaanden die een dierbare hebben verloren als gevolg van een geweldsmisdrijf in landen in het buitenland maken vaak veel kosten. Zij moeten bijvoorbeeld afreizen naar het land waar het misdrijf is gepleegd, het lichaam van het slachtoffer repatriëren en daar juridische bijstand regelen. Al deze kosten kunnen ervoor zorgen dat nabestaanden in een financiële noodsituatie terechtkomen.

Per mei 2021 is het Noodhulpfonds uitgebreid en is een nieuwe tegemoetkoming in het leven geroepen voor landen buiten de Europese Unie. Ook nabestaanden van Nederlandse geweldsslachtoffers buiten de Europese Unie kunnen financiële steun aanvragen en een beroep doen op het Noodhulpfonds van Fonds Slachtofferhulp. Terwijl reguliere noodhulp een maximum van 1000 euro kent, geldt voor noodhulp van nabestaanden van geweldsslachtoffers in het buitenland een maximumbedrag van 10.000 euro. Een aanzienlijk verschil dus.

Voor landen binnen de Europese Unie geldt al een schadeloosstellingsregeling. Slachtofferhulp Nederland helpt met de aanvragen.

Noodhulpfonds voor slachtoffers

Slachtoffers van een misdrijf, ongeval, ramp of medisch incident komen in aanmerking voor een bijdrage uit het Noodhulpfonds. Er moet sprake zijn van een noodsituatie en acute financiële problemen. Wanneer andere bestaande voorzieningen onvoldoende hulp bieden of niet op tijd komen, kan noodhulp worden aangevraagd. Het Noodhulpfonds biedt drie vormen van noodhulp: financiële bijdrage, bijdrage in natura en bijdrage in de vorm van een dienst.

Meer informatie over het Noodhulpfonds kunt u vinden op de website van Fonds Slachtofferhulp

Aanvragen voor een financiële tegemoetkoming uit dit fonds kunnen alleen bij Fonds Slachtofferhulp worden ingediend via een tussenpersoon, zoals een medewerker van Slachtofferhulp Nederland of een advocaat.

‘Samen sterk voor nabestaanden MH17’ – Advocatenblad

Deze week is de inhoudelijke behandeling begonnen van het strafproces #MH17 en verscheen een artikel in het Advocatenblad over ons Rechtsbijstandsteam. Ik ben trots op de samenwerking van 8 advocaten van verschillende kantoren. Samen staan wij vele honderden nabestaanden bij in dit voor Nederland unieke strafproces. Lees het artikel in het Advocatenblad.

Mag ik kiezen?

Uitspraak Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid)

De Geschillencommissie van Kifid deed 16 april 2021 uitspraak over een zaak waarbij een atlete bij haar rechtsbijstandsverzekeraar DAS een beroep deed op haar recht op vrije advocaatkeuze. Zij schakelde een advocaat gespecialiseerd in sportrecht in omdat zij rectificatie wenste van een artikel dat over haar was gepubliceerd. Ook wilde zij schadevergoeding.  Het kwam niet tot een rechtszitting. DAS weigerde vervolgens haar advocaat kosten te vergoeden met als reden dat er sprake was van een buitengerechtelijke procedure, waarin het recht op vrije advocaatkeuze niet zou gelden. De atlete was het hier niet mee eens en diende een klacht in bij het Kifid.

De Geschillencommissie van Kifid  was het niet eens met DAS. De commissie verwijst daarbij naar de eerdere uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Volgens het Kifid biedt de uitleg van het Europese Hof voldoende aanknopingspunten om deze uitleg ook toe te passen op de Nederlandse markt. Het begrip ‘gerechtelijke procedure’ kan volgens Kifid niet worden beperkt door een onderscheid te maken tussen een voorbereidende fase en de besluitfase. Elke fase die kán leiden tot een procedure bij de rechter, dus ook een buitengerechtelijke fase zoals bemiddeling of mediation, valt onder het begrip ‘gerechtelijke procedure’.

Wat betekent dit?

Het oordeel van de Geschillencommissie betekent dat ook in het voortraject van de  buitengerechtelijke onderhandelingen recht bestaat om een eigen advocaat te kiezen. U hoeft zich dan niet bij te laten staan door de behandelaar van uw eigen rechtsbijstandsverzekeraar. Wel is het mogelijk dat die verzekeraar in de polis een bepaald budget beschikbaar stelt voor het geval u een eigen advocaat kiest.

Voor letselschadezaken heeft dit vooral betekenis op het moment dat de aansprakelijkheid nog niet is erkend. Er worden dan onderhandelingen gevoerd die tot een procedure kunnen leiden en in die fase kunt u een eigen advocaat kiezen.

DAS heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak. Dat betekent dat rechtsbijstandsverzekeraars de beslissing van het Kifid nog naast zich neerleggen. Toch is het verstandig advies in te winnen indien u zich wilt laten bijstaan door een advocaat van uw keuze om de mogelijkheden te bespreken. De uitspraak is opgeschort totdat er in dit beroep uitspraak is gedaan.

 

Smartengeld

Smartengeld
Als u bij een ongeval of ongeluk betrokken bent geraakt kunt u schade lijden. Deze schade kan materieel en immaterieel van aard zijn.

Smartengeld is een vergoeding voor de immateriële schade die voortvloeit uit een ongeval of ongeluk. Deze vergoeding wordt gegeven als compensatie voor het lichamelijke en/of psychische letsel van het slachtoffer. Het slachtoffer ontvangt dan een vergoeding voor leed, pijn, verdriet en gemiste levensvreugde na het ongeval. Een smartengeldvergoeding komt bovenop de vergoeding voor de materiële schade. Smartengeld wordt vastgesteld in civiele procedures, in strafprocedures en kan ook door middel van onderhandelingen worden overeengekomen.

Ontwikkelingen in hoogte van het smartengeld in Nederland en andere landen in Europa

Het smartengeld in Nederland is lager dan de bedragen die in ons omringende landen worden toegewezen. In Engeland bedraagt de hoogst toegekende vergoeding omgerekend zo’n € 427.000,00. In Duitsland heeft een rechter na een medische fout een ziekenhuis veroordeeld tot betaling van een smartengeldvergoeding van € 800.000,00.

In de uitspraak van 24 december 2020 gaat de rechtbank Rotterdam mee in de trend van de laatste jaren om de toegekende smartengeldbedragen naar boven bij te stellen.

Het Smartengeldboek van de ANWB verzamelt uitspraken van de Nederlandse rechter over de vergoeding van immateriële schade. Dit boek wordt als leidraad gebruikt in letselschadezaken om de hoogte van de vergoeding van immateriële schade te bepalen. De vier hoogste bedragen die in het nieuwe Smartengeldboek zijn te vinden, betreffen uitspraken van de strafrechter. De genoemde uitspraak van 24 december 2020 is eveneens een uitspraak van een strafrechter. Opvallend is dat de laatste jaren dus vooral strafrechters bijdragen aan de ontwikkeling tot verhoging van het smartengeld.

Hieronder volgt een korte bespreking van de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam.

Rechtbank wijst 350.000 euro smartengeld toe aan slachtoffer van zware mishandeling
Over de hoogte van smartengeld in geval van letselschade wordt in Nederland de laatste jaren veel gediscussieerd en geschreven. Rechters zijn terughoudend geweest in het toewijzen van hoge bedragen aan smartengeld. Tot voor kort was € 250.000,- het hoogste bedrag aan toegewezen smartengeld. Met de uitspraak van 24 december 2020 van de rechtbank Rotterdam is hierin verandering gekomen. De rechtbank kende het slachtoffer maar liefst € 350.000,- aan smartengeld toe. Het plafond van het door een Nederlandse rechter toegewezen smartengeldbedrag is hiermee met € 100.000,- verhoogd.

Wat speelde er?
Een 35-jarige Rotterdammer werd slachtoffer van zware mishandeling in zijn eigen woning door een bekende. Het slachtoffer kreeg een aantal flinke klappen tegen zijn hoofd waarna hij in coma raakte. Het slachtoffer liep blijvend hersenletsel op met als gevolg een halfzijdige verlamming aan de rechterzijde van het lichaam. Hij is nu en in de toekomst volledig afhankelijk van intensieve verpleging, verzorging en begeleiding. De rechtbank overweegt dat hier sprake is van zwaar lichamelijk letsel.

Smartengeld
De rechtbank heeft het gevorderde bedrag van € 350.000,- aan smartengeld toegewezen. De rechtbank oordeelde daarover het volgende:

‘’Aan de benadeelde partij is door de bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op het verzochte bedrag van € 350.000,-. Bij het bepalen van de hoogte van dit bedrag heeft de rechtbank rekening gehouden met de zeer verstrekkende gevolgen die met name de mishandeling voor de benadeelde partij heeft gehad en nog steeds heeft. De rechtbank heeft ook gekeken naar bedragen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn toegewezen.’’

Zoals gezegd is dit het hoogste bedrag wat er ooit is toegewezen aan smartengeld in Nederland. Met dit vonnis is het hoogste smartengeld met € 100.000,- verhoogd naar € 350.000,-.

Het is denkbaar dat deze recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam een nieuwe impuls geeft aan de noodzakelijke verhoging van het van het smartengeld in Nederland.

Meer informatie?
Wilt u meer informatie of heeft u vragen? Neemt u dan een kijkje op onze pagina over smartengeld, affectie schade en shockschade of neem vrijblijvend contact op met onze letselschadeadvocaat.

De volledige uitspraak is nog niet gepubliceerd op rechtspraak.nl

Op dit moment hebben wij geen vacature. Mocht je belangstelling hebben om stage te lopen op ons kantoor, neem dan contact op met ons op.

 

MH17: Uitspraak 22 april 2021

Op 22 april 2021 heeft de rechtbank beslissingen genomen over een aantal verzoeken.

Niet-ontvankelijkheid vordering nabestaanden

De verdediging heeft verzocht uitvoering te geven aan artikel 333 Sv. Dit artikel luidt: ‘’Indien naar het oordeel van de rechtbank de benadeelde partij kennelijk niet ontvankelijk is, kan zij zonder nader onderzoek van de zaak de niet ontvankelijkheid van de benadeelde partij uitspreken.’’

De verdediging voerde aan dat de civiele vorderingen van de nabestaanden niet behandeld moeten worden in dit strafproces omdat de  behandeling zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding.

De rechtbank overwoog dat als uitgangspunt geldt dat de wetgever heeft willen voorzien in een voegingsprocedure die er zoveel mogelijk toe leidt dat personen die schade hebben geleden als gevolg van een strafbaar feit zoveel mogelijk schadeloos worden gesteld en waarin geen onnodige drempels voor deze personen worden opgeworpen. Wel is het van belang dat de voegingsprocedure accessoir blijft aan het strafgeding en dat de voegingsprocedure het strafgeding niet gaat overschaduwen. Een zo vlot mogelijke afhandeling van de strafzaak blijft het uitgangspunt.

Volgens de rechtbank kan niet worden gezegd dat de behandeling van de vorderingen zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafproces. Ten eerste wijst de rechtbank op het feit dat het strafproces van buitengewone omvang en complexiteit is. Ook is er, in vergelijking tot andere strafrechtelijke procedures, een relatief lange looptijd voorzien. De rechtbank is van mening dat de behandeling van de vorderingen in  strafproces mogelijk is. Van het overschaduwen van het strafgeding door de behandelingen van de vorderingen zal niet snel sprake zijn. Verder weegt de rechtbank mee dat de inhoud van de vorderingen relatief eenvoudig van aard is, nu de nabestaanden aanspraak maken op vaste bedragen aan immateriële schade.

De verdediging gaat in het bijzonder in op het feit dat aan de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen vragen van internationaal privaatrecht kleven. Deze omstandigheid leidt volgens de rechtbank eveneens niet tot onevenredige belasting van het strafgeding.

De rechtbank heeft het verzoek van de verdediging afgewezen.

Tapgesprekken

Verder heeft het Openbaar Ministerie de opdracht gekregen om alle tapgesprekken van de telefoons van de verdachte in de periode 1 tot en met 20 juli 2014  ter inzage te geven aan de verdediging, voor zover die nu niet in het procesdossier zitten.

Wrakstukken

Over een maand gaan de rechters zelf kijken bij de MH17-wrakstukken, die staan opgesteld op vliegbasis Gilze-Rijen. Het onderzoek ter terechtzitting wordt op 26 mei 2021 op die locatie voortgezet.

Eerder al heeft het Rechtsbijstandsteam het wrak van het vliegtuig mogen bekijken. Het bezichtigen van het wrakstuk heeft een diepe indruk gemaakt op de leden van het team.

Verzoek van het Rechtsbijstandsteam (RBT)

Het RBT heeft de Rechtbank gevraagd de vertrouwelijkheid te waarborgen van de privacygevoelige gegevens van de nabestaanden. Om die reden hebben de nabestaanden de rechtbank verzocht om een mededelingsverbod op te leggen aan de procespartijen ten aanzien van diverse stukken die zijn ingebracht ter onderbouwing van de vorderingen van de nabestaanden. De rechtbank heeft deze verzoeken gehonoreerd. Aan de vier verdachten en de verdediging wordt een mededelingsverbod opgelegd, hetgeen betekent dat zij over de ingediende vorderingen van de nabestaanden geen mededelingen mogen doen aan derden of stukken mogen verstrekken aan derde.

Verdere informatie over het strafproces MH17 vind je hier.

Nieuwe editie VVP

In de nieuwe editie van VVP een artikel van mijn hand over een slachtoffer met letselschade die moet verhuizen naar een rolstoeltoegankelijk huis. De deelgeschilrechter kwam er twee keer aan te pas. Deze is van mening dat de verzekeraar Univé het slachtoffer financieel in staat moet stellen te verhuizen naar een duurder, maar passend huis.

De volledige editie kunt u hier lezen, u vindt mijn bijdrage vanaf pagina 60.

Maya u bent erg strijdbaar en werkt erg gedetailleerd.

Maya en team hartelijk dank voor de afgelopen 6 jaar. Maya u bent erg strijdbaar en werkt erg gedetailleerd. De samenwerking tussen u en uw team gaat erg vlot jullie zijn precies op elkaar ingespeeld een erg goed systeem. Nogmaals bedankt voor de hard werkende afgelopen 6 jaar.

  1. U reageert erg snel (zelfs als u in de jungle op vakantie bent).
  2. U werkt systematisch.
  3. U communiceert goed.
  4. U bent erg professioneel.
  5. In 6 jaar tijd bent u mij maar één keer vergeten met een bel afspraak.
  6. U zorgt voor goede communicatie binnen uw team.

Bijzondere risico’s in speciale editie VVP

In de speciale editie van de VVP over bijzondere risico’s een artikel van mijn hand over de aansprakelijkheid van een werkgever voor een ongeval van een vrijwilliger. Hierin bespreek ik een uitspraak van het Hof ‘s-Hertogenbosch. Een vrijwilliger is uit een hoge kerstboom gevallen en loopt een dwarslaesie op: wie is aansprakelijk voor zijn letselschade?

Klik hier voor mijn bijdrage. De volledige editie kunt u hier lezen.

Een ervaren loods aan boord

Mijn zaak is afgerond.  Een ingewikkelde zaak over medische aansprakelijkheid van een ziekenhuis.

Op het laatst toch nog onverwacht snel, gezien de aanvankelijke tegenwerking vanuit het ziekenhuis.

Ik herinner mij onze eerste ontmoeting nog goed.

Mijn eerste indruk was dat ik tegenover een deskundige en doortastende advocate zat.

Hier ben ik nadien alleen maar in bevestigd.

Het was een soms wilde vaart met hoge toppen en diepe golfdalen en er moest af en toe flink worden gehoosd.

Uiteindelijk is de eindbestemming bereikt en dat dankzij een ervaren loods aan boord.

Na deze hobbelige tocht voelt het nu wel een beetje wiebelig op de kade.

Dit zal snel bijtrekken en dan is het tijd om te gaan passagieren, dit laatste voornamelijk in mijn atelier.

 

Ik wil u nog bedanken voor alles wat u in deze zaak hebt gedaan !

 

De heer W.

tandeelkunde

Kennisclip Masteropleiding Tandheelkunde ACTA

Voor studenten in het tweede jaar van de Masteropleiding Tandheelkunde van ACTA heb ik een kennisclip verzorgd.

Dit was een bijzondere ervaring.  Aan de orde kwamen mogelijke juridische stappen van een teleurgestelde patiënt.  Hoe je met een goede klachtenprocedure erger kunt voorkomen. En vooral de vraag hoe je het werk zo inricht dat een patiënt voldoende geïnformeerd is.

Een klein gebaartje

Een klein gebaartje voor de beste letselschade advocaatkantoor.

Bedankt voor alles!

Groetjes,

Halil

Na een onverwacht auto-ongeluk, ben ik vriendelijk, deskundig en duidelijk geadviseerd door Maya Spetter. Zij heeft ons in het gehele traject bijgestaan en diverse mogelijkheden overwogen. Ik ben zeer tevreden over de dienstverlening van Spetter advocaat & mediator. Hartelijk dank! Gr. Y El H.

Je hebt dag en nacht hard gewerkt aan mijn zaak dat waardeer ik zeer

Beste Maya,

 

Je hebt dag en nacht hard gewerkt aan mijn zaak dat waardeer ik zeer en ik ben je daarvoor dankbaar.  Ik vond het persoonlijke contact met u ook leuk en om samen te werken  aan mijn zaak ondanks de uitdagingen. Ik vind uw advocatenkantoor een mooie organisatie en ben blij dat jullie bestaan.

 

Tot slot wil ik u en het hele team van Spetter advocaten bedankt voor jullie inzet.

 

Vanessa

Vrijwilliger valt uit hoge kerstboom. Wie is aansprakelijk voor zijn letselschade?

Een gemeente heeft met dorpskernen afspraken gemaakt over het plaatsen van kerstbomen.  Een dorpskern schakelt de vrijwilligersorganisatie Speelruimte in om dit uit te voeren. Een vrijwilliger helpt bij het kappen van een hoge kerstboom. Die staat nog in een tuin en moet omgezaagd worden voordat hij op het dorpsplein kon worden geplaatst. Hij klimt in de boom om een trektouw aan te brengen, valt uit de boom en loopt een dwarslaesie op.

Hij stelt diverse partijen aansprakelijk. Zijn vordering wordt beoordeeld door het Hof ‘s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2020:1701). Het hof oordeelt dat noch de Dorpsraad noch de gemeente aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad. Vervolgens beoordeelt het hof of de vrijwilligersorganisatie aansprakelijk is.

Er ging van alles mis

De  hoge spar stond nog in een tuin en moest eerst worden omgezaagd voordat deze op het dorpsplein kon worden geplaatst. De vrijwilligers wilden de boom omzagen en hadden een hoogwerker meegenomen, maar deze kon vanwege de grote afmetingen niet in de tuin worden gereden. Een ladder hadden zij ook niet. Deze stond in een speeltuin op 600 à 700 meter verderop. De ongelukkige vrijwilliger is toen met behulp van een zetje en zonder beschermende maatregelen de boom in geklommen om een trektouw aan te brengen om de boom te geleiden bij het omtrekken. Toen hij op een hoogte van ongeveer drieënhalf meter was, is hij naar beneden gevallen en is hij met zijn rug op het tuinhuisje van de buurman gevallen.

Is de vrijwilligersorganisatie aansprakelijk als werkgever?

De vrijwilliger stelde dat er sprake was van een werkgever – werknemer relatie ex artikel 7:658 BW. Op basis van deze werkgeversaansprakelijkheid, is een werkgever verplicht te zorgen voor een veilige werksituatie. Indien hiervan geen sprake is moet de werkgever zijn volledige schade vergoeden. De enige uitzondering hierop is als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

Volgens het vierde lid van dit artikel is de werkgever ook aansprakelijk voor ongevallen die de door hem ingeschakelde zzp’er, stagiaire of vrijwilliger overkomen. De Hoge Raad bevestigde dat het artikel ook van toepassing kan zijn bij vrijwilligerswerk. Er moet dan wel sprake zijn van een vrijwilliger die in een met een werknemer vergelijkbare positie verkeert en daarom aanspraak heeft op dezelfde door de werkgever in acht te nemen zorg. Zo nam de Hoge Raad aan dat een vrijwilliger die reparatiewerkzaamheden verrichtte aan het dak van een parochie en van het dak viel, de parochie aansprakelijk kon houden (ECLI:NL:HR:2017:3142, NJ 2018/209). Bepalend is of de werkzaamheden feitelijk tot de beroeps- of bedrijfsuitoefening van de werkgever behoren.

Echter in de zaak van de vrijwilliger en de kerstboom was volgens het hof werkgeversaansprakelijkheid niet aan de orde. Er was geen sprake van een positie die vergelijkbaar was met die van een werknemer. De vrijwilliger was niet verplicht om mee te doen aan de kerstbomenactie en was nergens aan gebonden. Daarbij bleek uit getuigenverklaringen dat er geen taakverdeling was gemaakt voor het omzagen van de kerstboom en dat er ook geen sprake was van een gezagsverhouding zoals tussen een werkgever en werknemer.

Het hof achtte de stichting wel aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad. De stichting had moeten beseffen dat het omzagen van een boom van 6 meter een gevaarlijke activiteit was. De kans dat er iets mis zou gaan is groot en de gevolgen daarvan kunnen zeer ernstig zijn. Er rustte daarom een zorgplicht op de stichting. Door de schending van deze zorgplicht is de stichting volgens het hof aansprakelijk op basis van onrechtmatige daad.

Het hof houdt rekening met het feit dat de vrijwilliger op eigen initiatief in de kerstboom geklommen is en zelf geen beschermende maatregelen heeft genomen om het gevaar te voorkomen. Het hof neemt 50 % eigen schuld van de vrijwilliger aan maar corrigeert dit op grond van de billijkheidscorrectie zodat de vrijwilliger uiteindelijk 25 % van zijn schade zelf moet dragen.

Conclusie

Nu het hof van mening is dat de vrijwilliger niet in een met een werknemer vergelijkbare positie verkeert, krijgt deze zijn volledige schade niet vergoed. Wel wordt een onrechtmatige daad aangenomen, maar het hof neemt daarbij een deel eigen schuld aan.

Gelet op de blijvende verlamming van het slachtoffer met als gevolg rolstoelafhankelijkheid, diverse lichamelijke beperkingen en psychische klachten, is dit een zware uitkomst voor de vrijwilliger.

Een dwarslaesie brengt voor een slachtoffer hoge kosten met zich mee. Denk aan de kosten van aanpassing van woning, auto, een goede rolstoel, tillift bij het bed en bad. Iemand met een hoge dwarslaesie heeft natuurlijk veel meer zorg nodig dan iemand met een lage dwarslaesie. Die kan misschien nog wel zelf transfers maken en dan zelfstandig naar  het toilet en zelf in bed komen.

Het in kaart brengen van de schade van een slachtoffer met een dwarslaesie is maatwerk. Vaak blijkt er behoefte te zijn aan meer zorg, aanpassingen en hulpmiddelen dan wordt vergoed door zorgverzekeraar en gemeente. De gehele zorgbehoefte wordt in kaart gebracht. Vervolgens wordt onderzocht welke partij of instantie die zorg geheel of gedeeltelijk financiert.

Is er een aansprakelijke partij dan wordt gekeken welke behoefte iemand concreet heeft. Dat is een ander uitgangspunt dan bijvoorbeeld een gemeente of zorgverzekeraar hanteren. Die gaan uit van gebruikelijke zorg, houden rekening met mantelzorg door familieleden en hanteren andere tarieven voor de vergoeding van deze zorg.

Deze vrijwilliger kan nu in ieder geval bij een verzekeraar terecht voor een groot deel van zijn concrete schade.  Zijn zeer ongelukkige val wordt nu in ieder geval in financiële zin opgevangen.

Heeft u tijdens uw (vrijwilligers)werk een ongeval gehad met letselschade als gevolg en wilt u weten wie u aansprakelijk kunt stellen of wat uw mogelijkheden zijn om de schade te verhalen? Neem gerust contact met ons op en leg uw vraag vrijblijvend aan ons voor.

Letselschade tijdens sport en spel: aansprakelijkheid na een overtreding

Bij een voetbalwedstrijd op amateurniveau raakte een voetballer in 2005 zwaar geblesseerd toen een tegenstander een sliding inzette op zijn linkerbeen (ECLI:NL:GHARL:2020:319). Dit zorgde voor ernstige letselschade en leidde uiteindelijk tot de amputatie van zijn onderbeen. De zaak kwam voor de rechter en de rechtbank stelde vast dat het letsel inderdaad was veroorzaakt door de sliding, maar vond dat deze niet onrechtmatig was.

Begin 2020 is de voetballer in hoger beroep gegaan bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij voert aan dat er wel degelijk sprake is van een onrechtmatige daad, wat onder meer blijkt uit de ernst van de gevolgen. Het hof komt net als de rechtbank tot de conclusie dat er sprake is van causaal verband tussen het letsel en de sliding, maar dat de onrechtmatigheid hiervan niet kan worden bewezen.

Juridisch kader

In sport- en spelsituaties wordt een bijzondere maatstaf aangelegd bij de beoordeling van aansprakelijkheid. Deelnemers aan een sportieve activiteit hebben tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen waartoe het spel uitlokt van elkaar te verwachten. Dit is eerder zo bepaald door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:1991:ZC0300). Vanwege dit uitgangspunt wordt onrechtmatigheid bij sportovertredingen of ongelukken minder vaak aangenomen. Vaak leidt dit tot onzekerheid rondom de vraag wie aansprakelijk kan worden gehouden. Zie hiervoor ook onze pagina over sportongevallen.

In zijn arrest van 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AO1239, NJ 2004/238) overweegt de Hoge Raad dat deelnemers aan een spel tot op zekere hoogte gevaarlijke, slecht gecoördineerde, verkeerd getimede en onvoldoende doordachte handelingen of gedragingen over en weer van elkaar mogen verwachten. De overtreding van de spelregels is een factor bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de gedraging, maar enkel het overtreden van de spelregels maakt de gedraging op zichzelf nog niet onrechtmatig. Er moet ook sprake zijn van een actie die gedoeld lijkt te zijn op het toebrengen van ernstige schade, te classificeren als “ernstig gemeen spel”.

De bekendste zaak van letselschade tijdens sport die in dit verband door de Hoge Raad is behandeld, betreft de zaak van Go Ahead Eagles-speler, Niels Kokmeijer. Hij liep ernstig letsel aan zijn been op na een sliding van een Sparta-speler. Er volgde een strafzaak en een civiele zaak. In allebei de zaken werd Kokmeijer in zijn gelijk gesteld en zijn tegenstander aansprakelijk gehouden.

In de strafzaak die aan de procedure bij de Hoge Raad vooraf ging, moest beoordeeld worden of er sprake was van opzet (tot het plegen van zware mishandeling) (ECLI:NL:HR:2008:BB7087). Volgens het hof was er sprake van voorwaardelijk opzet omdat de verdachte bewust was van de aanmerkelijke kans dat zo’n ernstig gevolg zou intreden en deze kans had aanvaard. De Hoge Raad sloot zich hierbij aan. De voetballer werd veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf.

Het bewijzen van de onrechtmatigheid in de civiele zaak was vervolgens niet zo moeilijk meer omdat nu vaststond dat er sprake was van opzet. Hij werd in de civiele zaak aansprakelijk gehouden en moest een schadevergoeding betalen. Alleen al het voorschot bedroeg 100.000 euro.

Het Aansprakelijkheidsverzekering Informatie Centrum (AIC) heeft naar aanleiding van de Kokmeijer-zaak in 2018 onderzoek gedaan naar alle rechtszaken van ernstige overtredingen tijdens voetbalwedstrijden over een tijdspanne van veertien jaar. Opvallend is dat aansprakelijkheid altijd kwam vast te staan als de tegenstander een rode kaart van de scheidsrechter had gekregen. Het kwam maar één keer voor dat een speler die een rode kaart had gekregen niet aansprakelijk werd gehouden door de rechter. Volgens het AIC kan hieruit worden afgeleid dat de rechter de rode kaart als een bewijs voor (voorwaardelijk) opzet ziet. Dan kan de onrechtmatigheid makkelijker worden bewezen.

Geen rode kaart

In de zaak uit 2005 waarbij het onderbeen van de voetballer moest worden geamputeerd, had de tegenstander geen gele of rode kaart van de scheidsrechter gekregen. Hier nam het Hof geen aansprakelijkheid aan. De advocaat van het slachtoffer bracht hier tegenin dat de scheidsrechter op het moment van de sliding niet in de buurt was en de sliding niet goed had gezien. Als hij deze wel gezien zou hebben, zou hij volgens hem wel een rode kaart uitgedeeld hebben. Hier ging het hof niet in mee.

De advocaat van het slachtoffer stelde vervolgens dat op grond van de ernst van het letsel kon worden aangenomen dat er sprake was van een ernstige overtreding en daarom van onrechtmatigheid. Het been van de voetballer moest als gevolg van de overtreding immers worden geamputeerd. Het hof ging hier niet in mee omdat de ernst van de gevolgen van een gedraging deze op zich nog niet onrechtmatig maken. Er kan namelijk ook sprake zijn van ernstig letsel bij een zeer lichte overtreding binnen de grenzen van rechtmatigheid. Andersom kan er ook sprake zijn van onrechtmatigheid terwijl de ernst van de gevolgen beperkt blijft.

Volgens het hof is onvoldoende bewezen dat de sliding een zodanig buitensporige actie was dat die niet in het spel verwacht zou hoeven worden. Het hof wijst dan ook de vordering van de voetballer af.

Mogelijk wordt in deze zaak nog cassatie ingesteld bij de Hoge Raad en wordt de uitkomst van deze zaak nog anders.

Schending zorgvuldigheidsnorm

Wanneer een rode kaart is uitgedeeld wordt aansprakelijkheid dus sneller aangenomen. Het is echter geen voorwaarde voor aansprakelijkheid. Zo laat een zaak uit 2009 zien die door de Rechtbank Haarlem werd behandeld (ECLI:NL:RBHAA:2009:7675). Een keeper kwam met uitgestrekte benen op  de aanvaller af en schopte hem onderuit. De keeper kreeg geen gele of rode kaart maar de rechtbank hield hem wel aansprakelijk. Uit verklaringen van getuigen bleek dat hij zijn actie nog had kunnen stoppen, maar deze toch had doorgezet. De tackle was daarom volgens de rechtbank zodanig gevaarlijk, slecht gecoördineerd, verkeerd getimed en/of weinig doordacht, dat de keeper een zorgvuldigheidsnorm binnen het spel had geschonden waarop de tegenstander van de keeper niet bedacht hoefde te zijn.

In Nederland wordt veel gesport op professioneel en op amateur niveau. Bij alle sporten ontstaan ongelukken, soms met letselschade tot gevolg. Omdat spelers in sport- of spelsituaties nu eenmaal onverwachte gedragingen van elkaar hebben te verwachten, wordt niet snel wordt aangenomen dat een gedraging onrechtmatig is. Heeft u letselschade tijdens sport- of spel opgelopen en wilt u onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om uw schade te verhalen, neemt u dan contact met ons op en leg uw vraag vrijblijvend aan ons voor.